Kwetsbaar

Lisdoddeboorder

Nonagria typhae

Vliegtijd & gedrag

Eind juni-eind oktober in één generatie. De vlinders komen op licht en zwerven daarbij soms ver van het leefgebied vandaan. De vlinders nemen geen voedsel op.

Lisdoddeboorder

Verspreiding in Nederland

Lisdoddeboorder

Trends

De grafiek toont de populatietrend van de soort op basis van tellingen binnen het NEM‑meetnet Nachtvlinders. Wanneer de grafiek leeg is, betekent dit dat de soort in de afgelopen drie jaar op te weinig meetpunten is waargenomen om een betrouwbare trend te kunnen berekenen. Komt de soort bij jou in de buurt voor en wil je tijdens de vliegtijd eens per twee weken met een lichtval tellen en de gegevens invoeren op meetnet.vlinderstichting.nl? Stuur dan een e‑mail naar meetnet@vlinderstichting.nl om je aan te melden als teller.

Levenscyclus

Rups: april-juli. De rups leeft in de stengel van de waardplant, eerst bovenin en later dieper naar beneden. Tijdens de groei wisselt de rups diverse malen van plant en laat daarbij opvallende gaten achter in de stengels. De verpopping vindt plaats met de kop naar beneden in de stengel van de laatste plant waarin hij gefoerageerd heeft of in een dode stengel. De soort overwintert als ei.

Herkenning

Kenmerken vlinder

Voorvleugellengte: 18-24 mm. De voorrand en de achterrand van de brede voorvleugel vormen een vrijwel rechte hoek; de vleugelpunt is bij het mannetje iets scherper dan bij het vrouwtje. Op de tamelijk effen voorvleugel vallen de lichte aders op, waarop en waarlangs een zwartachtige spikkeling te zien is; langs de hoofdader is daardoor een duidelijke donkere veeg zichtbaar. In het zoomveld zijn de lichte aders donker omzoomd en daartussen liggen zeer kleine zwartachtige pijlvlekjes; ook de halvemaanvormige vlekjes of streepjes van de franjelijn zijn goed zichtbaar. Het mannetje heeft een roodachtig bruine grondkleur; het duidelijk grotere vrouwtje is licht strokleurig, soms met een donkerdere grijsachtige tint. Soms komen donkerbruine tot zwartachtige exemplaren voor met minder opvallende, voornamelijk donkere aders en relatief weinig tekening; bij deze vlinders vallen de drie lichte vlekjes langs de voorrand dicht bij de vleugelpunt op, evenals de serie lichte vlekjes in de franje.

Kenmerken rups

Tot 60 mm; lang en slank; bleek geelachtig bruin met roodachtige zweem en iets donkerder rug; over de zwarte spiracula een lichte lengtestreep; nekschild op segment één roodachtig bruin; kop roodachtig bruin.

Gelijkende soorten vlinder

De herfst-rietboorder (Rhizedra lutosa) heeft een smallere, spitser toelopende voorvleugel en mist de uit streepjes bestaande franjelijn. De egelskopboorder (Globia sparganii) is kleiner en onderscheidt zich vooral door de dikke zwarte rand langs binnenste lob van de niervlek; het zoomveld is minder contrastrijk doordat de aders niet lichter van kleur zijn dan de grondkleur. Zie ook de oostelijke uil (Fabula zollikoferi) en het rietluipaard (Phragmataecia castaneae). Deze vier soorten missen bovendien de pijlvlekjes.

Foto's

Verspreiding

Zeldzaamheid

Vrij algemeen. Komt verspreid over het land voor. RL: kwetsbaar.

België

In Vlaanderen vrij algemeen. Wijdverbreid in alle provincies, maar in lage dichtheden. In Wallonië zeer zeldzaam, met slechts enkele recente waarnemingen in Henegouwen, Luxemburg en Namen. De soort staat op de Rode Lijst van Vlaanderen als Bijna in Gevaar (Veraghtert et al. 2023).

Mondiaal

Noord-Afrika (Marokko, Egypte), Europa (noordelijk tot Schotland en Midden-Scandinavië), Voor-Azië en Midden-Azië. In Zuid-Europa alleen zeer lokaal, maar bij gericht zoeken zal het voorkomen talrijker blijken te zijn (Hacker, 1989).

Habitat

Oevers van vijvers, sloten en meren, moerassen en riviermonden.

Beekoevers

Moerassen

Plassen

Rivieroevers

Vennen

Waardplanten

Vooral grote lisdodde, maar ook kleine lisdodde.

Lisdodde

Benaming

  • Engelse naam Bulrush Wainscot
  • Duitse naam Rohrkolbeneule
  • Franse naam la Noctuelle de la massette
  • Oud Nederlandse naam rietuil
  • Synoniemen Phragmitiphila typhae
    Nonagria arundinis

Meer over de naam

Toelichting Nederlandse naam
De rupsen van veel uiltjes dringen door in de stengel van planten; ze eten en groeien daar.Van deze soort zijn grote en kleine lisdodde de waardplanten. De Latijnse naam wijst ook op deze plantensoort. Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam
Nonagria: Nonagria is een oude naam voor het eiland Andros in de Egeïsche zee. Treitschke die met Ochsenheimer samenwerkte, geeft deze uitleg en het is geheel in stijl met de gewoonte van de laatste om voor genusnamen aardrijkskundige plaatsen te gebruiken.typhae: Typha latifolia is grote lisdodde, de voedselplant van de rups.

Auteursnaam en jaartal
(Thunberg, 1784)

Geef je waarneming door!

Heb je een bijzondere vlinder of libel gespot? Meld het ons! Jouw waarnemingen zijn waardevol voor het behoud van deze insecten. Samen kunnen we hun populaties in kaart brengen en beschermen. Help mee aan het behoud van deze prachtige dieren en draag bij aan de wetenschap van de biodiversiteit.

Waarneming melden