Kwetsbaar

Variabele breedvleugeluil

Diarsia mendica

Vliegtijd & gedrag

Begin mei-eind september in één, soms twee generaties. De vlinders komen zowel op licht als op smeer en bezoeken bloemen.

Variabele breedvleugeluil

Verspreiding in Nederland

Variabele breedvleugeluil

Trends

De grafiek toont de populatietrend van de soort op basis van tellingen binnen het NEM‑meetnet Nachtvlinders. Wanneer de grafiek leeg is, betekent dit dat de soort in de afgelopen drie jaar op te weinig meetpunten is waargenomen om een betrouwbare trend te kunnen berekenen. Komt de soort bij jou in de buurt voor en wil je tijdens de vliegtijd eens per twee weken met een lichtval tellen en de gegevens invoeren op meetnet.vlinderstichting.nl? Stuur dan een e‑mail naar meetnet@vlinderstichting.nl om je aan te melden als teller.

Levenscyclus

Rups: augustus-mei. De rups foerageert ´s nachts en verbergt zich overdag in de strooisellaag; verpopt zich in de grond. De soort overwintert als jonge rups in de strooisellaag.

Herkenning

Kenmerken vlinder

Voorvleugellengte: 13-17 mm. Hoewel deze soort zowel geografisch gezien als binnen lokale populaties wellicht de meest variabele uil is, zijn er wel enkele vaste kenmerken op de voorvleugel. De geringde niervlek valt meestal goed op en tussen de ringvlek en de binnenrand van de vleugel ligt een kleine donkere stip. Het tussen twee aders liggende wigvormige vlak op de voorvleugel waarin de ringvlek en de niervlek zich bevinden, is bij sommige vormen donker gekleurd en goed zichtbaar als een kleine driehoekige en een opvallende vierkante vlek. Meestal bevindt zich langs de achterrand van de voorvleugel een rij kleine, maar goed zichtbare maanvormige of stompe pijlvormige vlekjes. De dwarslijnen zijn doorgaans enigszins vaag; bij sommige exemplaren zijn ze licht of witachtig gerand en vallen daardoor wel goed op. De voorvleugel heeft meestal een gemarmerd uiterlijk en de kleur varieert van licht strokleurig geel tot roodachtig bruin. De bandering en de spikkeling van de vleugel kunnen zowel qua kleur als qua intensiteit sterk variëren en in zeldzame gevallen ontbreekt de kleine donkere stip.

Kenmerken rups

Tot 33 mm; lichaam roodachtig bruin tot grijsachtig bruin of groenachtig bruin met over de rug twee rijen zwarte wigvormige vlekken; onderzijde bleek grijsachtig bruin; onder de spiracula een lichte lengtestreep; kop klein, lichtbruin met donkerder tekening.

Gelijkende soorten vlinder

De moerasbreedvleugeluil (D. dahlii) heeft een bredere voorvleugel met een sterk gebogen voorrand. De bruine breedvleugeluil (D. brunnea) is groter, meestal donkerder met paarsachtige tint en vrij effen getekend; de achtervleugel heeft roze franje. De gewone breedvleugeluil (D. rubi) is kleiner, heeft een minder gemarmerd uiterlijk en de buitenste dwarslijn verloopt vloeiender; in de zone tussen de buitenste dwarslijn en de golflijn zijn de aders vaak zwak donker bestoven. Zie ook de hoogveenaarduil (Coenophila subrosea) en de moerasheide-aarduil (Protolampra sobrina).

Gelijkende soorten rups

Bruine grasuil (Rhyacia simulans), huismoeder (Noctua pronuba), zwartpuntvolgeling (Noctua orbona) en vierkantvlekuil (Xestia xanthographa).N.B.: vergelijk behalve de uiterlijke kenmerken ook de tijd van het jaar waarin de rupsen voorkomen, het habitat en de waardplant(en).

Foto's

Verspreiding

Zeldzaamheid

Vrij algemeen. Komt verspreid over het hele land voor. RL: kwetsbaar.

België

Vrij algemeen. Wijdverbreid in Vlaanderen, maar versnipperd voorkomend in bosachtige gebieden. Lokaal algemeen. In Wallonië algemeen. De soort staat als Bedreigd op de Rode Lijst van Vlaanderen (Veraghtert et al. 2023).

Mondiaal

Het noorden en midden van Europa en Azië, van IJsland en de Britse eilanden tot Kamtsjatka en China. In Scandinavië tot de Noordkaap. In het zuiden Noord-Spanje, Zuid-Italië, Noord-Griekenland en Noord-Iran maar zeer lokaal, veelal beperkt tot berggebieden en in veel streken ontbrekend. Niet in Noord-Amerika; de daar voorkomende ssp. dislocata (Smith, 1904) is tegenwoordig van mendica afgescheiden als zelfstandige soort.

Habitat

Bossen, struwelen, heiden en tuinen.

Bossen

Heiden

Struwelen

Tuinen

Waardplanten

Diverse kruidachtige planten, struiken en loofbomen, waaronder zuring, weegbree, sleutelbloem, viooltje, braam, struikhei, bosbes, wilg, meidoorn, sleedoorn en hazelaar.

Bosbes

Braam

Hazelaar

Meidoorn

Sleedoorn

Sleutelbloem

Struikhei

Viooltje

Weegbree

Wilg

Zuring

Benaming

  • Engelse naam Ingrailed Clay
  • Duitse naam Primel-Erdeule
  • Franse naam la Noctulelle paré
    la Noctulelle de la primevère
  • Synoniemen Diarsia festiva
    Agrotis festiva
    Rhyacia festiva
    Noctua festiva
    Diarsia primulae
    Agrotis primulae
    Rhyacia primulae
    Noctua subrufa

Meer over de naam

Toelichting Nederlandse naam
De vlinders van het Genus Diarsia hebben brede voorvleugels. In rust valt dat niet zo sterk op omdat beide vleugels ver over elkaar heen gevouwen worden. Diarsia mendica is een zeer variabele soort met ook veel plaatsgebonden varianten. Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam
Diarsia: diarsis is een opstanding. De betekenis daarvan is niet duidelijk. Hübner geeft geen uitleg. Er zou een verband mogelijk zijn met een haarpluimpje op het anale deel van het mannetje en dat zou soms rechtop komen te staan.mendica: mendicus is een bedelaar. Fabricius geeft geen uitleg en die hoeft er ook niet noodzakelijkerwijs te zijn.

Auteursnaam en jaartal
(Fabricius, 1775)

Geef je waarneming door!

Heb je een bijzondere vlinder of libel gespot? Meld het ons! Jouw waarnemingen zijn waardevol voor het behoud van deze insecten. Samen kunnen we hun populaties in kaart brengen en beschermen. Help mee aan het behoud van deze prachtige dieren en draag bij aan de wetenschap van de biodiversiteit.

Waarneming melden