Vliegtijd & gedrag
In het buitenland: eind juni-begin oktober in één generatie. De vlinders komen op licht en op smeer.
Verspreiding in Nederland
Trends
De grafiek toont de populatietrend van de soort op basis van tellingen binnen het NEM‑meetnet Nachtvlinders. Wanneer de grafiek leeg is, betekent dit dat de soort in de afgelopen drie jaar op te weinig meetpunten is waargenomen om een betrouwbare trend te kunnen berekenen. Komt de soort bij jou in de buurt voor en wil je tijdens de vliegtijd eens per twee weken met een lichtval tellen en de gegevens invoeren op meetnet.vlinderstichting.nl? Stuur dan een e‑mail naar meetnet@vlinderstichting.nl om je aan te melden als teller.
Levenscyclus
Rups: in het buitenland oktober-mei. De soort overwintert als rups.
Herkenning
Kenmerken vlinder
Voorvleugellengte: 15-18 mm. Een krachtig getekende uil met een tamelijk lang en smal postuur. De grondkleur varieert van licht geelachtig bruin tot diep purperachtig bruin. Vooral in het middenveld is sprake van een vaak duidelijk lichtere binnenste vleugelhelft en ook in het zoomveld bevindt zich een lichter gekleurde band. De lichte centrale dwarslijnen zijn dubbel zwart gerand en de binnenste heeft een opvallend zigzaggend verloop. Tussen de centrale dwarslijnen bevindt zich een zwarte wig waarin een schuine elliptische ringvlek en een altijd opvallend licht gekleurde niervlek liggen.
Gelijkende soorten vlinder
Een kenmerk waarmee deze uil zich onderscheidt van de enigszins gelijkende Diarsia-, Agrotis- en Euxoa-soorten en de hoogveenaarduil (Coenophila subrosea), is het schuine zwarte streepje aan de voorrand van de voorvleugel, dicht bij de vleugelpunt.
Verspreiding
Zeldzaamheid
Van deze soort is slechts één waarneming bekend uit 1969.
België
Deze soort komt niet in België voor.
Mondiaal
De oostelijke en centrale landen van Europa, Voor- en Midden-Azië tot Oost-Siberië, Tibet, Nepal en Centraal-Azië. In Oost-Europa naar het zuiden tot Noord-Griekenland, naar het noorden tot Midden-Zweden en Midden-Finland. Naar het westen Zuidoost-Noorwegen (sinds 1968), Denemarken, Noordwest-Duitsland, Midden-Frankrijk, de Pyreneeën en Italië (naar het zuiden tot Calabrië).