Vliegtijd & gedrag
Eind mei-begin juli in één generatie. De soort leeft meestal in kleine populaties. De uiterste data waarop een vlinder is waargenomen zijn 24 mei en 10 augustus.
Verspreiding in Nederland
Trends
De grafiek toont de veranderingen van de talrijkheid in de loop van de tijd. De gegevens zijn afkomstig uit het Landelijk Meetnet Vlinders (CBS / De Vlinderstichting) en de Nationale Databank Flora en Fauna.
Levenscyclus
Rups: eind juni-half juni. De soort overwintert als halfvolgroeide rups. De verpopping vindt plaats dicht bij de grond aan een gras- of plantenstengel. De rupsen groeien traag en zijn afhankelijk van een lange groeiperiode van de waardplant. De soort verpopt zich hangend aan een grasspriet nabij de strooisellaag. Het aantal vlinders op de vliegplaatsen is hoog, ca 16 tot 260 individuen per hectare. De soort leeft vaak in kleine populaties.
Herkenning
Kenmerken vlinder
Voorvleugellengte: circa 17 mm. De bovenkant van de voorvleugel is donkerbruin; bij het vrouwtje liggen twee kleine oranje vlekjes langs de achterrand. Op de bovenkant van de achtervleugel staan vier zwarte, oranjegerande oogvlekjes, die bij het mannetje soms slecht ontwikkeld zijn. Op de onderkant van de achtervleugel bevindt zich een doorgaande rij oogvlekken die aan de buitenkant door een zilverkleurige streep is afgegrensd en aan de binnenkant loopt een smalle witte band die net zo lang is als de rij oogvlekken.
Gelijkende soorten vlinder
Zie het tweekleurig hooibeestje.
Foto's
Vlinder
Museum
Verspreiding
Zeldzaamheid
Het zilverstreephooibeestje is sinds 1959 uit Nederland verdwenen; kwam vooral voor in de Achterhoek en Zuid-Limburg.
Mobiliteit
Het zilverstreephooibeestje is een honkvaste vlinder waarvan geen zwervende individuen bekend zijn.
Regionaal
In Nederland vloog de soort aan het begin van de vorige eeuw in de Achterhoek bij Winterswijk, op landgoed Slangenburg bij Doetinchem (Gelderland), langs de oostrand van de Veluwe en op diverse plaatsen in Zuid-Limburg. Reeds aan het begin van de vorige eeuw gaat de stand achteruit. De laatste geregistreerde waarneming uit Zuid-Limburg dateert uit 1921, toen een vlinder in de omgeving van Valkenburg is verzameld. Daarna kwam de soort alleen nog in de omgeving van Winterswijk voor, waar zij nog tot de jaren vijftig jaarlijks werd gezien. Op 2 juni 1959 zijn hier voor het laatst drie vrouwtjes gevonden, daarna is de soort uit Nederland verdwenen.
Europa
Op Europese schaal is het zilverstreephooibeestje een kwetsbare soort die met 20 tot 50% per 25 jaar achteruitgaat. Uit de omliggende landen van Nederland wordt een achteruitgang van 50 tot 75% per 25 jaar gemeld. Het zilverstreephooibeestje valt onder de Conventie van Bern (1979) en staat op bijlage 4 van de Europese Habitatrichtlijn (1992). Dat wil zeggen dat het een soort is die strikte bescherming vereist. Het zilverstreephooibeestje staat op de Vlaamse, Waalse en Duitse Rode Lijst. Hij is ook uit Denemarken, Luxemburg en Tsjechië verdwenen.
Mondiaal
Het zilverstreephooibeestje komt (nog) maar op enkele plaatsen in Europa voor.