Mede door het mooie weer de laatste weken zijn er veel vlinders actief. Overdag zien we citroenvlinders en andere vlinderoverwinteraars en ook de eerste popoverwinteraars zijn al tevoorschijn gekomen. Maar ook ’s nachts vliegt het volop.
Er is een groep uilen die in maart en april vliegen. Dat zijn onder andere winteruilen: vlinders die al vanaf november aanwezig zijn en in het voorjaar weer actief worden. Algemene soorten die tot deze groep behoren zijn bosbesuil, wachtervlinder en zwartvlekwinteruil.
Sommige vlinders komen eind februari en begin maart uit de pop: tweestreepvoorjaarsuil, kleine voorjaarsuil, dubbelstipvoorjaarsuil, variabele voorjaarsuil en nunvlinder.
Voor de herkenning van deze tien vlinders is een herkenningskaart gemaakt.
Download de herkenningskaart


Rupsen
Van de drie winteruilen is de wachtervlinder het meest gemeld dit jaar, gevolgd door de bosbesuil en de zwartvlekwinteruil. Van de voorjaarsuilen is de tweestreepvoorjaarsuil tot nu toe het meest gemeld. Zoals de meeste voorjaarsuilen leven de rupsen van de tweestreepvoorjaarsuil op diverse bomen en struiken. Uit de eitjes die de komende weken afgezet worden, komen al snel de rupsen. Deze leven eerst in de zich ontwikkelende knoppen van de waardplant, daarna in samengesponnen uitlopers of bladeren. Grotere rupsen verbergen zich overdag in de strooisellaag.
De soort verpopt in juni en overwintert als pop in een cocon in de grond. Ook de variabele voorjaarsuil wordt veel gezien. De naam zegt het al, deze vlinder is variabel van kleur : vaak donkerbruin en veel donkerder dan de meeste andere voorjaarsuilen. De vlinder heeft meestal een wat vlekachtige tekening en een vrij hoekige vleugelpunt. Ook de nunvlinder, de kleine voorjaarsuil en de dubbelstipvoorjaarsuil zijn al flink aanwezig. De dennenuil begint nu te vliegen en de schaarse, sierlijke voorjaarsuil is dit jaar nog helemaal niet gemeld. Deze begint pas in april.