Zelf een route uitzetten

Wil je bijdragen aan de meetnetten van De Vlinderstichting? Dan begin je met het kiezen van een vaste meetlocatie. Afhankelijk van het meetnet zet je een meetroute of een telplot uit. Heb je hulp nodig bij het kiezen van een locatie? Mail dan naar meetnet@vlinderstichting.nl. We denken graag met je mee.

Hoe werkt het?

  1. Een locatie kiezen
    Hoe kun je de route kiezen en wat is daarbij belangrijk?
  2. Meetnetroute of telplot?
    Kies welke manier van tellen bij jou past
  3. Route uitzetten
    Bekijk filmpjes met uitleg van onze coördinatoren en lees de uitleg
  4. Telplot uitzetten
    Lees alle uitleg over telplots
  5. Meld je route aan
    Geef alles door aan De Vlinderstichting, zodat je route in het systeem kan
  6. Start met tellen
    Uitleg over het tellen van een route
  7. Handige links
    Links naar apps en handleidingen

Waarom een vaste locatie?

De meetnetten zijn bedoeld om veranderingen door de jaren heen te volgen. Daarom tellen we steeds op dezelfde locatie en volgens dezelfde methode. Een route of telplot die tien jaar wordt geteld, levert vaak meer waardevolle informatie op dan een perfecte locatie die na een jaar stopt. Kies daarom vooral een plek die je regelmatig kunt bezoeken. Ook locaties met weinig soorten zijn waardevol. Juist daardoor krijgen we een compleet beeld van de Nederlandse natuur. Zelfs tellingen waarbij je geen vlinders of libellen ziet, leveren belangrijke informatie op.

Een locatie kiezen

Een goede locatie is vooral een plek die je langere tijd kunt blijven bezoeken. Let bij het kiezen van een route op de volgende punten:

Wil je tellen in een natuurgebied en moet je daarvoor van de paden af? Neem dan contact op met de beheerder. Via de verspreidingsatlas kan je de beheerder vinden.

De beste route is meestal niet de mooiste route, maar de route die je over vijf jaar nog steeds loopt.

Meetroute of telplot?

Voor de meeste meetnetten wordt gewerkt met een meetroute. Voor enkele soorten wordt gewerkt met een telplot.

Meetroute

Een meetroute is een vast traject dat je op vaste momenten loopt. Meetroutes gebruik je voor dagvlinders, libellen en diverse soortgerichte meetnetten. Tijdens iedere telling volg je precies dezelfde route.

Telplot

Bij sommige soorten tellen we geen volwassen vlinders, maar eitjes of jonge rupsen op een vaste plek. Dat geldt voor het gentiaanblauwtje, de grote vuurvlinder en de sleedoornpage. Voor deze soorten werk je met een telplot.

De route uitzetten

Coördinatoren José (voor vlinders) en Kim (voor libellen) leggen uit hoe je een meetnetroute uitzet.

Vlinderroute uitzetten

Libellenroute uitzetten

Meetroute uitzetten

Hoe lang moet een route zijn?

Een route:

  • is minimaal 50 meter lang;
  • is maximaal 1000 meter lang;
  • is bij voorkeur ten minste 300 meter lang;
  • bestaat uit secties van 50 meter;
  • bevat maximaal 20 secties.

Waar mag een route liggen?

Een route ligt binnen één biotoop zoals grasland, heide, bos, bosrand, agrarisch gebied of (voor libllen) langs een beek of poel. Wanneer het leefgebied onderweg sterk verandert, is het meestal beter om meerdere routes te maken.

De route vastleggen

Leg de route zo vast dat je hem over enkele jaren nog steeds kunt terugvinden. Gebruik bijvoorbeeld GPS-track, een kaart, een GPS-app (bijvoorbeeld TopoGPS) of vaste herkenningspunten. Maak daarnaast foto’s van het beginpunt, het eindpunt en het leefgebied.

Goede herkenningspunten

  • Brug
  • Hek
  • Padkruising
  • Boomgroep
  • Informatiepaneel

Libellenroutes

Voor libellen gelden enkele aanvullende aandachtspunten. Een libellenroute:

  • ligt direct langs het water;
  • heeft voldoende zicht op het water;
  • heeft een goed begaanbare oever;
  • mag ook langs een kleine poel of vijver lopen.

Een route hoeft niet in een gebied te liggen waar heel veel libellen voorkomen. Ook locaties met weinig soorten leveren waardevolle gegevens op.

Een telplot uitzetten

Een telplot is een vast afgebakend gebied dat ieder jaar precies hetzelfde wordt onderzocht. Er zijn drie soorten waar je een telplot voor kan uitzetten: de grote vuurvlinder, het gentiaanblauwtje en de sleedoornpage.

Leg de grenzen vast met GPS-coördinaten, vaste herkenningspunten of een duidelijke kaart. Vergroot een telplot niet in latere jaren. Hierdoor worden resultaten van verschillende jaren niet meer goed vergelijkbaar.

Telplot voor het gentiaanblauwtje

Gentiaanblauwtjes worden ook wel geteld per groeiplaats: met een groep mensen wordt één veld met klokjesgentianen afgezocht op eitjes, als het veld zich uitbreidt tel je dan ook een grotere plek. Deze plekken hebben een andere code voor het CBS, zodat zij weten dat het een groeiplaats is en geen plot.  

Grootte

Bij voorkeur ongeveer 100 m² (10 × 10 meter of 5 × 20 meter)

Wat tel je?

  • Eitjes
  • Bloemknoppen van klokjesgentiaan
  • Bloemstengels van klokjesgentiaan

Hoe vaak tellen?

  • Twee keer per seizoen
  • Minimaal één week tussen beide bezoeken
Lees meer

Telplot voor de grote vuurvlinder

Omdat deze soort vrijwel uitsluitend voorkomt in beschermde natuurgebieden, overleg je eerst met de terreinbeheerder.

Wat tel je?

  • Eitjes
  • Jonge rupsen
  • Waterzuringplanten (alle planten, niet alleen die met eitjes of rupsen erop)

Hoe vaak tellen?

  • Twee keer per seizoen, tijdens de laatste twee weken van juli en de eerste twee weken van augustus.
  • Minimaal één week tussen beide bezoeken
Lees meer

Telplot voor de sleedoornpage

Deze soort wordt gevolgd door eitjes te tellen op sleedoorn. Een telplot kan bestaan uit:

  • een sleedoornheg;
  • een boomgaard;
  • een park;
  • een tuin;
  • meerdere aangrenzende tuinen.

Wat tel je?

Het totaal aantal eitjes tussen knie- en ooghoogte (50-200 cm).

Hoe vaak tellen?

Eén keer per winterseizoen. Alleen het aantal eitjes per telplot hoeft doorgegeven te worden.

Lees meer

Meld je route aan

Wanneer je route is uitgezet, ontvangen we graag:

Wat gebeurt er daarna?

Nadat we de informatie en foto’s van je hebben ontvangen, zullen wij de route invoeren in ons systeem. Elke route krijgt een uniek nummer met naam – de naam mag je ook zelf verzinnen! Je krijgt bij ons een inlogaccount, zodat je via de meetnet app direct in het veld kunt invoeren of later via het meetnetportaal. Er kunnen meerdere tellers worden gekoppeld aan een route.

Start met tellen

Zodra de route in het systeem zit, kan je starten met tellen. Elk jaar sturen wij een jaarverslag rond, met daarin onder andere de trendgrafieken van de soorten voor heel Nederland. 

Vlinderteller - foto: José Kok

Vlinderroute tellen

Libellenroute tellen

Veelgestelde vragen

Kan ik een bestaande route overnemen?

Ja. In sommige gebieden zijn routes beschikbaar waarvan de teller is gestopt. Neem contact met ons op als je wilt weten of er een route bij jou in de buurt beschikbaar is.

Is een soortenarme locatie wel interessant?

Ja. Ook locaties met weinig waarnemingen leveren belangrijke informatie op voor trendanalyses.

Kan ik samen met iemand tellen?

Ja. Aan een route of telplot kunnen meerdere tellers worden gekoppeld.

Ik twijfel over mijn locatie. Wat moet ik doen?

Mail naar meetnet@vlinderstichting.nl. We kijken graag met je mee.

Route uitzetten

Handleidingen telformulieren

Hulp bij invoeren

Meer over het Meetnet

Aanmelden Meetnet

Meetnet Vlinders

Meetnet Libellen