Vlinders zijn koudbloedige insecten. Voordat ze echt actief kunnen worden, moeten ze in de zon opwarmen. Een lichaamstemperatuur van zo’n 30 graden Celsius is voor de meeste vlinders optimaal. De afgelopen tijd is het zó warm geweest, dat je haast geen vlinders meer zag. Waar ligt het optimum voor de meeste vlindersoorten? Wanneer is het te koud, en wanneer juist te warm?
Niet te warm, niet te koud
De dichtheid aan vlinders in ons land lijkt het hoogste wanneer het tussen de 20 en 30 graden Celsius is. Het gemiddeld aantal vlinders dat tot nu toe geteld is in het meetnet vlinders, is bij die temperaturen het hoogst. Onder de 20 graden liggen de gemiddelde aantallen een stuk lager. Boven de 30 graden Celsius liggen de aantallen ook stuk lager, hoewel er wel wat meer spreiding in de data zit. Dit komt deels omdat er minder data beschikbaar zijn voor deze hoge temperaturen, omdat het niet dagelijks 35 graden of warmer is.


Soorten uit het zuiden
Wanneer we dezelfde grafiek maken, maar dan met de data sinds 1990, komt er een vergelijkbaar beeld uit (rechter grafiek). We zien dan ook dat warmteminnende soorten, afkomstig uit het warmere zuiden, zich steeds meer thuis gaan voelen in Nederland. Zo zitten de bruin dikkopjes en de kaasjeskruiddikkopjes vaak nog heerlijk in de zon, ook wanneer de temperaturen boven de 30 graden Celsius komen.
Een uniek netwerk
Dankzij de gegevens uit het meetnet vlinders kunnen we zien hoe onze vlinders op de extreme warmte van de afgelopen periode reageren. Want hoe weten we of een soort werkelijk vooruit of achteruit gaat? Op dezelfde manier, op vaste plekken, jaren achter elkaar en volgens vaste afspraken tellen. Dat is precies wat we met de meetnetten doen.
Alles over de meetnetten
In de schaduw
Voor de paar soorten die van warmte houden, is het dus prima. De meeste vlindersoorten in ons land kunnen echte helemaal niet goed omgaan met de snelle opwarming. Zij verschuilen zich liever op koele plekjes tussen de vegetatie. Zo kun je op warme julidagen soms tientallen bruin zandoogjes opjagen als je in de schaduw loopt. Om toch een gezonde volgende generatie voort te kunnen brengen, moeten de vlinders optimaal gebruikmaken van de momenten dat het koel genoeg is om hun schuilplekken te verlaten.

Tijdsdruk en concurrentie
Vlinders hebben hierdoor minder tijd voor het (laten) bevruchten van de eitjes, het vinden van een geschikte plant voor de eitjes en ondertussen zelf nog genoeg nectar binnenkrijgen om te overleven. Daarnaast is er veel minder nectar beschikbaar, omdat planten minder nectar maken tijdens droge perioden. Bovendien kunnen de rupsen van soorten die nu uit de eitjes komen problemen krijgen met verdroogde waardplanten. Kortom: droogte zorgt dat vlinders het moeilijker krijgen in hun toch al uitdagende leven.
Help mee
De Vlinderstichting beschermt vlinders. Dat is hard nodig. De organisatie ontvangt geen structurele subsidie. Donateurs, giften en vrijwilligers maken ons werk mogelijk. Draag jij vlinders een warm hart toe? Steun dan het werk van De Vlinderstichting. Eenmalig of structureel: alle beetjes helpen.
Ja, ik help mee