Droogte raakt ook vlinders en libellen

De aanhoudende droogte laat zich steeds duidelijker voelen in de natuur. Ook vlinders en libellen hebben ermee te maken. Sommige soorten weten zich goed aan te passen aan warm en droog weer, maar voor andere soorten worden de omstandigheden steeds moeilijker. Vooral op droge heide en in kalkgraslanden zijn de gevolgen goed zichtbaar.

Het is een gemengd verhaal”, vertelt onderzoeker Michiel Wallis de Vries van De Vlinderstichting. “Vlinders reageren heel verschillend op het weer. Sommige soorten profiteren van de warmte, terwijl andere juist in de problemen komen.

Niet alleen bloemen zijn belangrijk

Voor vlinders die in het voorjaar vliegen, is het vinden van nectar nu niet meer het grootste probleem. Hun rupsen hebben echter wel voedsel nodig. Daar kan droogte flink roet in het eten gooien. Planten groeien minder goed en sommige belangrijke voedselplanten voor rupsen blijven klein of verdrogen helemaal.

Voor de heivlinder kan de droogte een probleem zijn, omdat hij zijn natuurlijke leefomgeving verlaat.

De heivlinder bijvoorbeeld, kan zich enigszins aanpassen aan droge omstandigheden, maar ook voor deze soort zit daar een grens aan. Heivlinders gaan dan buiten de heide op zoek naar voedsel en komen bijvoorbeeld terecht bij een vlinderstruik in een tuin. Dat lijkt een goede plek, maar als een vrouwtje daar eitjes afzet, hebben de rupsen vervolgens weinig aan die struik. Zij zijn juist afhankelijk van grassen die op de heide groeien. Ook de kommavlinder heeft het moeilijk. Deze echte zomersoort heeft maar één generatie per jaar. Als de bloemen op de heide door droogte verdwijnen, krijgt de soort geen tweede kans: een slechte zomer kan betekenen dat een hele generatie verloren gaat.

Warmte heeft ook winnaars

Toch is niet alles kommer en kwel. Sommige vlinders lijken juist te profiteren van de warme omstandigheden. De koninginnenpage wordt steeds vaker gezien en ook de kleine parelmoervlinder lijkt zich goed te handhaven. Ook de gamma-uil is nu in hoge aantallen te zien. Waar de ene soort profiteert van warmte en droogte, kan diezelfde droogte voor een andere soort juist een probleem zijn.

Niet overal even erg

De droogte treft Nederland niet overal even hard. Er loopt op dit moment een duidelijke gradiënt van noord naar zuid: terwijl Brabant en Limburg op veel plaatsen sterk zijn verdroogd en verschroeid, hebben delen van het noorden dankzij enkele buien en lagere temperaturen meer geluk gehad. Dat verschil is ook belangrijk voor vlinders. De omstandigheden waarin rupsen groeien en volwassen vlinders voedsel vinden, kunnen op korte afstand sterk verschillen. De gegevens van het Landelijke Meetnet Vlinders kunnen op termijn laten zien hoe groot die verschillen precies zijn.

De zwarte heidelibel is gevoelig voor droogte

Libellen hebben water nodig

Voor libellen is droogte over het algemeen een groter probleem. Vennen en poelen kunnen droogvallen of sterk opwarmen. Daardoor neemt de hoeveelheid zuurstof in het water af en kunnen libellenlarven, die onder water leven, sterven. De zwarte heidelibel is een soort die daar gevoelig voor is. Deze libel is op veel plekken in Europa inmiddels zeer zeldzaam geworden en komt nog maar in enkele noordelijke gebieden, waaronder Scandinavië, relatief goed voor.

Een beetje regen…

… maakt al het verschil. Zo’n 15 millimeter kan voldoende zijn om bloemen weer te laten bloeien en voedselplanten voor rupsen weer te laten groeien. Een droge periode hoeft dus niet meteen desastreus te zijn, maar als zulke omstandigheden steeds vaker en langer voorkomen, kan dat wel grote gevolgen hebben. Dan verdwijnen niet alleen bloemen en planten uit het landschap, maar uiteindelijk ook de vlinders en libellen die daarvan afhankelijk zijn.

Zelf aan de slag
Een natuurvriendelijke tuin heeft minder last van droogte