Speuren naar larven van de rivierrombout

Het is weer de tijd van de rivierrombout! Tussen half juni en half juli kruipen de larven van deze zeldzame libel uit het water rivierstrandjes op om ‘uit te sluipen’. Ga mee op zoek naar de larvenhuidjes? Zo ontsnap je even aan de hitte en draag ook je steentje bij aan het verspreidingsonderzoek naar deze libel.

Hoe doe je een telling?

Tijdens een telling ga je op zoek naar larvehuidjes van de rivierrombout. Je zoekt een goede plek, past een stuk van ongeveer 100 meter rivieroever af en start een soortspecifieke telling van de rivierrombout in de app ButterflyCount.

Vervolgens zoek je een kwartier op de 100 meter rivieroever die je hebt uitgekozen. Vind je een of meer larvehuidjes, voer ze in. Heb je helemaal niets gevonden? Upload toch je telling, want ook nultellingen zijn belangrijk en geven waardevolle informatie. Kijk voor meer handige info en praktische tips op de website van de Riviersluiptelling. Zoek je mee?

Lees verder
De rivierrombout komt het meeste voor langs de Waal en de IJssel

Waar moet je zoeken?

Als je op zoek gaat naar de rivierrombout, kun je het beste zoeken op strandjes langs de oever van de rivier. Je kunt de larvenhuidjes vinden in de zone vanaf de waterlijn tot enkele meters hogerop. Als je geluk hebt, vind je een libel die nog aan het uitsluipen is of die zit te drogen naast zijn huidje. En heel soms heb je het geluk een larve te treffen die net uit het water kruipt en nog aan het uitsluipproces moet beginnen. Dat overkwam de leden van de Nederlandse Vereniging voor Libellenstudie op zaterdag 13 juni tijdens een excursie. Zij legden het vast op film.

Maar meestal vind je alleen de achtergebleven huidjes, en dat is ook al heel bijzonder. Want wie verzint er nu dat je zulke schatten kunt vinden op een rivierstrandje? Mensen die je tegenkomt zullen waarschijnlijk denken dat je op zoek bent naar je verloren autosleutel. Als je ze dan vertelt wat je werkelijk aan het doen bent, gaat er vaak een wereld voor ze open.

Waarom is tellen belangrijk?

We hebben in de loop der jaren al veel informatie over de rivierrombout verzameld, maar het blijft lastig om trends te berekenen en dus te weten hoe het met de soort gaat. Dat komt omdat maar weinig mensen gericht naar de soort gaan zoeken en je de rivierrombout niet zomaar tegenkomt als je libellen gaat kijken in een leuk natuurgebiedje. Sterker nog, de volwassen exemplaren worden maar zelden gezien. Onderzoek kunnen we dus het beste richten op de larvenhuidjes. Er zijn nog regio’s waar maar weinig wordt gezocht, met name langs de Neder-Rijn en de IJssel in Gelderland. De reden hiervoor is dat de rivieren hier minder goed bereikbaar zijn. Maar woon je in Gelderland, in de buurt van deze rivieren, probeer dan eens een plekje te vinden waar je een kwartiertje kunt gaan zoeken. Ook op andere locaties zijn tellingen van harte welkom. Het meest waardevol is het als je dezelfde locatie twee of drie keer bezoekt. Zo krijgen we een beter beeld van de trefkans. En dat helpt weer bij het berekenen van de verspreidingstrend.

Een uitsluipende rivierrombout

Terugkeer

De rivierrombout verdween in de vorige eeuw uit Nederland omdat de rivieren teveel vervuild waren. In de jaren negentig keerde de soort in ons land terug, een teken dat er succesvol was gewerkt aan het verminderen van de verontreiniging in de grote rivieren. De rivierrombout komt tegenwoordig in alle (grote) rivieren in Nederland voor en we hebben inmiddels een redelijk beeld van het verspreidingsgebied. Zo weten we dat de grootste aantallen voorkomen in de Waal en de IJssel. Het minst wordt de libellensoort gezien langs de Neder-Rijn tussen Rhenen en Wijk bij Duurstede, langs het Pannerdens Kanaal en langs de Maas.

Op pad met de expert

Wil je meer leren over libellen? Ga dan mee met een excursie! Tijdens de wandeling met experts in libellenrijke gebieden wordt gezocht naar libellen en wordt met name ingegaan op de herkenning. De excursies duren 2,5 uur en vinden plaats in gebieden met veel libellensoorten.

Bekijk de excursies

Naast libellen herkennen, worden de libellen ook geteld. Dat doen we met flextellingen, een nieuwe manier van tellen waarbij veel extra informatie wordt opgeslagen. Na afloop van de excursie kun je de libellen in je eigen omgeving op naam brengen en aan de slag gaan met een route in het meetnet libellen of met flextellingen. 

De grotere libellen zie je vaak vliegend, maar soms gaan ze ook zitten en kun je ze goed bekijken. Hier een paardenbijter.