Veel oranjetipjes, weinig kleine vossen

Het is vaak goed vlinderweer dit voorjaar: relatief warm en vooral erg zonnig. Er worden dan ook veel vlinders gemeld op de invoerportalen. Maar er is ook een Meetnet Vlinders, waarin op vaste routes op een standaardmanier, al meer dan 35 jaar vlinders worden geteld. Uit deze gegevens zien we bijvoorbeeld dat het een goed jaar is voor het oranjetipje, maar dat de kleine vos erg weinig aanwezig is.

Verspreid over het hele land zijn meer dan 1100 routes uitgezet die jaar in, jaar uit, overal op dezelfde manier, worden geteld. Gedurende het hele vlinderseizoen wordt elke week genoteerd welke soorten er in die vaste route voorkomen en in welke aantallen. Inmiddels loopt dit meetnet al meer dan 35 jaar en we kunnen hiermee dus goed onderbouwde uitspraken doen over hoe het met de vlinders gaat. We kunnen onderscheid maken tussen variatie die wordt veroorzaakt door het weer en door andere factoren die het voorkomen en de trend voor de soorten bepalen. De kortetermijnverschillen, van jaar tot jaar, hebben vaak te maken met het weer.

Het oranjetipje was veel te zien de afgelopen weken (foto: Kars Veling)

Zo zijn er goede en slechte jaren, vaak veroorzaakt door weersomstandigheden. Maar de langjarige trend geeft informatie over de drukfactoren waarmee vlinders te maken hebben. Omdat veel van de gegevens dankzij de nieuwe app direct worden ingevoerd, hebben we ook een beeld van de situatie nu. Voor welke soorten is het een goed voorjaar? Vliegen de vlinders op de normale tijd of vroeger dan voorheen? Dat soort vragen kunnen we daarmee beantwoorden.

Het oranjetipje was dit voorjaar (blauwe lijn) meer aanwezig dan bij de gemiddelden in de andere perioden (Bron: Kars Veling; Meetnet Vlinders)

Dit voorjaar

Zo blijken er dit voorjaar veel oranjetipjes te zijn. Inmiddels is de top wel voorbij, maar de aantallen waren hoger dan de gemiddelden over de vorige perioden vanaf 1990. Het oranjetipje is een echte voorjaarsvlinder, die vanaf maart tot in mei als vlinder te zien is. De rest van het voorjaar zijn er eitjes en rupsen. Vanaf half juni zijn er de poppen die verborgen zitten in bomen, struiken en ruigten. Pas volgend jaar komen daaruit de nieuwe oranjetipjes.

Vooral op de zandgronden worden maar erg weinig kleine vossen geteld (foto: Kars Veling)

De kleine vos, een andere veelvoorkomende vlinder, doet het al jaren erg slecht en ook dit voorjaar zijn de aantallen die op de routes worden geteld erg laag. De voornaamste oorzaak zijn de klimaatextremen. De kleine vos kan niet goed tegen extreem hete en droge zomers. We zien dat de sterkste achteruitgang op de zandgronden is. In het noorden en noordwesten worden nog wat meer kleine vossen geteld, maar ook daar nemen de aantallen af.

De kleine vos is nog wel verspreid door het land aanwezig en als de omstandigheden beter worden en er minder weersextremen zijn, kan de soort zich wellicht weer herstellen. De rupsen zijn afhankelijk van brandnetel en die plant is er nog volop, maar verdroogd zijn die geen geschikt voedsel voor de rupsen.

De kleine vos was dit voorjaar (blauwe lijn) veel minder aanwezig dan bij de gemiddelden in de andere perioden (Bron: Kars Veling; Meetnet Vlinders)

Tekst: Kars Veling
Beeld: Kars Veling; Meetnet Vlinders, onderdeel van het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM)