Vliegtijd & gedrag
Begin juni-eind september in één generatie. De vlinders komen zowel op licht als op smeer en bezoeken bloemen; overdag rusten ze vaak op muren.
Verspreiding in Nederland
Trends
De grafiek toont de populatietrend van de soort op basis van tellingen binnen het NEM‑meetnet Nachtvlinders. Wanneer de grafiek leeg is, betekent dit dat de soort in de afgelopen drie jaar op te weinig meetpunten is waargenomen om een betrouwbare trend te kunnen berekenen. Komt de soort bij jou in de buurt voor en wil je tijdens de vliegtijd eens per twee weken met een lichtval tellen en de gegevens invoeren op meetnet.vlinderstichting.nl? Stuur dan een e‑mail naar meetnet@vlinderstichting.nl om je aan te melden als teller.
Levenscyclus
Rups: september-mei. De soort overwintert als jonge rups op de waardplant. De rups foerageert ´s nachts en verbergt zich overdag in een spinsel, waarin ook de verpopping plaatsvindt.
Herkenning
Kenmerken vlinder
Voorvleugellengte: 12-14 mm. De voorvleugel van deze uil loopt enigszins smal toe maar heeft een stompe vleugelpunt; de achterrand is gebogen en gaat geleidelijk over in de binnenrand. De grondkleur van de vleugel is lichtgrijs tot wit met een geel- of groenachtige tint. Op de vleugel bevinden zich groene, grijsachtige groene en soms oranje vlekken; zowel de kleur als de uitgebreidheid van de vlekken kunnen variëren. De dwarslijnen en de niervlek zijn meestal goed zichtbaar.
Kenmerken rups
Tot 20 mm; blauwachtig grijs, soms met een sterke zwartachtig grijze zweem; over de rug een band van pijlvormige, oranje vlekken; onderzijde licht blauwachtig grijs; kop glimmend zwart.
Gelijkende soorten vlinder
Zie de groene korstmosuil (Nyctobrya muralis).
Foto's
Rups
Vlinder
Verspreiding
Zeldzaamheid
Vrij algemeen. Komt verspreid over het land voor; de meeste waarnemingen komen uit de kustprovincies. RL: niet bedreigd.
België
Vrij algemeen in het hele land, vooral in stedelijke omgeving. De soort staat op de Rode Lijst van Vlaanderen als Momenteel niet in Gevaar (Veraghtert et al. 2023).
Mondiaal
Europa; in het zuiden van Zuid-Spanje, Sicilië, Zuid-Italië tot Midden-Griekenland en naar het noorden Noord-Ierland, Schotland, Zuid-Noorwegen en Gotland. De oostelijke areaalgrens is onduidelijk (volgens Speyer & Speyer 1962 tot Moskou) maar het schijnt dat domestica buiten Europa niet voorkomt. Bij opgaven uit Noord-Afrika en Armenië moeten vraagtekens worden gezet (Heinicke & Naumann, 1980 - 1982).