Hoe tel je een vlinderroute? We leggen het stap voor stap uit. Lees de informatie goed door en raadpleeg zo nodig de handleiding.
Eerste telling van het jaar
Bij de eerste telling van het jaar is het belangrijk om eventuele veranderingen in het landschap te noteren en deze door te geven. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat er bomen gekapt of geplant zijn, er ineens niet meer gemaaid wordt of de gemeente heeft besloten te stoppen met het spuiten van gif tegen onkruid. Deze veranderingen kan je doorgeven wanneer je je eerste gegevens doorstuurt.
Wanneer tel je?
- De belangrijkste telperiode is de periode van 15 maart tot 31 oktober
- Algemene routes worden dan bij voorkeur elke week een keer geteld, vaker mag ook;
- Je telt alleen bij droog weer;
- Je telt alleen tussen 10:00 en 17:00 (zomertijd);
- Bij een temperatuur van 13 tot 17 °C mag er alleen geteld worden als er minder dan 50% bewolking is; wanneer de temperatuur hoger is dan 17 °C kan er ook met een bewolking van boven de 50% geteld worden. Hoe je de bewolking inschat lees je in de handleiding;
- Je telt alleen bij een windkracht van 5 Beaufort of lager. Hoe je de windkracht inschat lees je ook in de handleiding;
- Je mag altijd meerdere keren per dag of week dezelfde route tellen. Let hierbij wel op dat ze als aparte tellingen worden doorgegeven en je ze niet bij elkaar optelt.
Het kan gebeuren dat er in een hele week geen enkel moment aan deze weersomstandigheden wordt voldaan. Dat is geen probleem, want ook wanneer er een week niets geteld is, zijn de gegevens bruikbaar.
Download de handleidingHoe tel je?
Tijdens het tellen loop je in rustig en constant tempo de route. Je noteert alle soorten vlinders die je waarneemt tot een afstand van 2,5 meter opzij, 5 meter voor je en 5 meter boven je.

Wanneer je ziet dat een vlinder je ‘volgt’ tot in de volgende sectie, kan deze gewoon worden genoteerd, dus ook voor de tweede sectie. Vlinders die worden waargenomen buiten deze ‘box’ kan je doorgeven als verspreidingsonderzoek via Telmee of waarneming.nl.
Witjes
Soms is het moeilijk om alle witjes van elkaar te onderscheiden. Als je er een paar hebt kunnen identificeren, kan je de overige witjes naar rato verdelen. Dit mag alleen bij witjes, zie hiervoor ook de verkorte handleiding.
Tellingen invoeren

Je kan al je waarnemingen na het tellen invoeren op het portaal meetnet.vlinderstichting.nl.

Je kunt de tellingen tijdens het tellen direct doorgeven via de app. Zo vergeet je geen waarnemingen en ben je sneller klaar!
Liever niet digitaal? Vul dan je telling in op het papieren formulier, of neem contact op met het Meetnetteam.
Als je de app niet hebt, noteer dan tijdens het tellen:
- De routenaam;
- Teldatum;
- Begin- en eindtijd;
- Temperatuur (van de lucht);
- Windkracht op de plek van de route;
- Bewolking in achtsten (zie de handleiding);
- Per sectie de soorten en aantallen vlinders die je hebt gezien (geen rupsen!);
- Indien van toepassing beheerdersactiviteiten per sectie.
Handleidingen en links
Weet je even niet meer hoe het zit? Er zijn verschillende handleidingen beschikbaar, waarin je alles rustig kunt nalezen.
Bekijk de handleidingenMeer lezen