Zo werken de meetnetten
Al meer dan 35 jaar volgt De Vlinderstichting de ontwikkeling van vlinders, libellen en nachtvlinders in Nederland. De natuur verandert voortdurend. Maar hoe weten we of een soort werkelijk vooruitgaat of achteruitgaat? Daarvoor zijn losse waarnemingen niet genoeg. Op dezelfde manier, op vaste plekken, jaren achter elkaar en volgens vaste afspraken tellen. Dat is precies wat we met de meetnetten doen.
Van één vlinder langs een route naar kennis over de natuur van heel Nederland.
Een landelijk netwerk van vaste tellingen
De Vlinderstichting coördineert drie meetnetten:
- Meetnet Vlinders, gestart in 1990
- Meetnet Libellen, gestart in 1998
- Meetnet Nachtvlinders, gestart in 2012
De meetnetten zijn onderdeel van het Landelijk Meetprogramma en het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM). De gegevens worden verzameld door vele vrijwilligers. Het CBS controleert en analyseert de gegevens.

Van telling naar betrouwbare trend
Vrijwilligers verzamelen gegevens
Vrijwilligers gaan op vaste momenten op pad en registreren soorten en aantallen vlinders en libellen.
Gegevens komen samen
De waarnemingen worden door de tellers zelf ingevoerd in het Meetnetportaal of de Meetnet-app.
Gegevens worden gecontroleerd en geanalyseerd
De verzamelde gegevens worden door De Vlinderstichting gecontroleerd en verwerkt. In samenwerking met het CBS kunnen de gegevens vervolgens gebruikt worden voor statistische analyses en trendberekeningen.
Veranderingen in beeld
Dankzij de gegevens ontstaat een beeld van de ontwikkeling van soorten door de tijd. Welke soorten nemen af? Waar moeten we ingrijpen?
Kennis wordt gebruikt
De resultaten helpen bij onderzoek, beleid, beheer en het beoordelen van maatregelen.
Waarom deze aanpak?
Een telling zegt op zichzelf niet altijd iets. Als je vandaag tien vlinders ziet, weet je niet of dat veel of weinig is. Misschien was het gisteren koud. Of was het een uitzonderlijk mooie zomer. Als op meerdere plekken jarenlang volgens dezelfde methode wordt geteld, kan je wel veranderingen herkennen. Zo kunnen we vragen beantwoorden als:
Gaat het met de heivlinder op de Veluwe beter of slechter dan in de rest van Nederland?
Of:
Heeft een verandering in het beheer geleid tot meer zilveren manen?
De resultaten helpen bij onderzoek, beleid, beheer en het beoordelen van maatregelen. Dankzij deze informatie kunnen we beter begrijpen wat er met onze natuur gebeurt en welke maatregelen werken (en welke niet). Dat is de basis van vlinder- en libellenbescherming.
Meer dan 35 jaar meten – een uniek netwerk
Sinds 1990 wordt op vaste plekken in Nederland volgens een gestandaardiseerde methode geteld. Inmiddels bestaat het netwerk uit grote aantallen routes en meetpunten. Duizenden mensen, soms jarenlang actief, leveren samen één van de belangrijkste bronnen van informatie over vlinders en libellen in Nederland.
1.400 vlinderroutes
520 libellenroutes
1.200 nachtvlindermeetpunten
Het Landelijk Meetprogramma
De drie meetnetten voor vlinders, libellen en nachtvlinders maken deel uit van het Landelijk Meetprogramma. Dit programma combineert twee soorten onderzoek: we volgen hoeveel vlinders en libellen er op vaste plekken voorkomen en we onderzoeken waar soorten voorkomen of verdwijnen, en hoe hun verspreiding verandert.
Aantallen volgen
De meetnetten richten zich in eerste instantie op het volgen van de aantallen. Hoeveel vlinders zijn er? Gaan aantallen omhoog of omlaag?
Verspreiding volgen
Verspreidingsonderzoek kijkt naar de verspreiding over Nederland. Op welke plek komen soorten voor? Welke gebieden worden verlaten of juist gekoloniseerd?

Wie doet wat?
Aan het meetnet werken verschillende mensen en organisaties mee.
- De Vlinderstichting organiseert en coördineert het veldwerk en onderhoudt de contacten met de waarnemers;
- Vrijwillige waarnemers verzamelen gegevens in het veld;
- Het CBS verwerkt de gegevens en verzorgt de statistische analyses;
- BIJ12 is opdrachtgever van het Landelijk Meetprogramma, waar de meetnetten onder vallen; ;
- Het Meetnet Nachtvlinders wordt uitgevoerd in samenwerking met de Werkgroep Vlinderfaunistiek (WVF);
- De meetnetten zijn onderdeel van het NEM, Netwerk Ecologische Monitoring.
Zonder tellers geen meetnet
Achter iedere stip op de kaart staat een mens. Iemand die een route loopt, een LedEmmer neerzet, soorten determineert en de gegevens invoert. Dankzij duizenden vrijwilligers weten we hoe het met vlinders, libellen en nachtvlinders gaat.
Ook bijdragen?
Doe mee met de meetnetten