Eerste telling van het jaar
Bij de eerste telling van het jaar is het belangrijk om eventuele veranderingen in het landschap te noteren en deze door te geven. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat een water geschoond is, bomen langs de oever zijn gekapt of de gemeente heeft besloten te stoppen met het spuiten van gif tegen onkruid. Deze veranderingen kan je doorgeven wanneer je je eerste gegevens doorstuurt.
Wanneer tel je?
De belangrijkste telperiode is de periode van 1 mei tot 30 september. Algemene routes worden dan bij voorkeur elke week een keer geteld. Het is hierbij niet belangrijk dat er altijd op dezelfde dag in de week geteld wordt. Je mag altijd meerdere keren per dag of week dezelfde route tellen, deze gegevens zijn ook zeer welkom! Let hierbij wel op dat ze als aparte tellingen worden doorgegeven en je ze niet bij elkar optelt.
Verder is er ook nog een aantal regels voor het tellen op een algemene route:
- Je telt alleen tussen 11:00 en 16:00 (zomertijd);
- Bij een temperatuur van 13 tot 17 °C mag er alleen geteld worden als er minder dan 50% bewolking is; wanneer de temperatuur hoger is dan 17 °C kan er ook met een bewolking van boven de 50% geteld worden. Hoe je de bewolking inschat lees je in de handleiding;
- Je telt alleen bij een windkracht van 6 Beaufort of lager. Hoe je de windkracht inschat lees je ook in de handleiding;
- Je telt alleen bij droog weer.
Het kan gebeuren dat er in een twee weken geen enkel moment aan deze weersomstandigheden wordt voldaan. Dat is geen probleem, want ook wanneer er een keer niets geteld is, zijn de gegevens bruikbaar.
Hoe tel je
Tijdens het tellen loop je in rustig en constant tempo de route. Je noteert alle soorten libellen die je waarneemt 2 meter over de oever, de kleine libellen 2 meter over het water en de grote libellen 5 meter over het water. Let wel: het onderscheid tussen grote en kleine libellen is niet juffers en libellen. Kijk hiervoor ook in de handleiding.

Een belangrijk punt bij de tellingen van libellen: tel de verse imago’s niet mee! Dit heeft te maken met een vertekening van aantallen als het ene jaar tijdens de uitsluippiek wordt geteld en het andere jaar niet.
Wanneer je ziet dat een libel je ‘volgt’ tot in de volgende sectie, kan deze gewoon worden genoteerd, dus ook voor de tweede sectie. Libellen die worden waargenomen buiten deze ‘box’ kan je doorgeven als verspreidingsonderzoek via Telmee of waarneming.nl.
Bij een libellenroute met een grote fluctuatie in waterstand, kan je kiezen om met de waterrand mee te blijven tellen (sectielengte kan daardoor flink variëren) of te blijven lopen waar je altijd loopt en daarmee soms een groot deel ‘op het droge’ telt. Die keuze mag je zelf maken. Als je eenmaal een keuze hebt gemaakt, betekent dat wel dat je altijd op diezelfde manier telt.
Heidelibellen en Pantserjuffers
De heidelibellen en pantserjuffers zijn zo tijdens het voorbijvliegen vaak lastig de determineren. Je hoeft dan niet ieder individu apart te bekijken. Stel dat er 50 heidelibellen vliegen, je determineert 10 individuen, waarvan 8 bruinrode heidelibel en 2 steenrode heidelibel. Je mag deze verhouding dan gebruiken voor de andere individuen, dus dat worden dan 40 bruinrode heidelibellen en 10 steenrode heidelibellen.
Waarnemingen invoeren
Je kunt de route met je tellingen invullen via onze meetnet app. Waarnemingen buiten de route kunnen doorgegeven worden via Telmee of waarneming.nl.
Als je de app niet hebt, noteer dan tijdens het tellen:
- De routenaam;
- Teldatum;
- Begin- en eindtijd;
- Temperatuur (van de lucht);
- Windkracht op de plek van de route;
- Bewolking in achtsten (zie de handleiding);
- Per sectie de soorten en aantallen vlinders die je hebt gezien (geen rupsen!);
- Indien van toepassing beheerdersactiviteiten per sectie.
Soortgerichte route tellen: de verschillen
Tussen het tellen op algemene en soortgerichte routes zijn een paar kleine verschillen. Zo worden soortgerichte routes alleen gelopen tijdens de vliegtijd van de soort, de vliegtijd kun je vinden op de pagina van de soort. Als je de route alleen voor een bepaalde soort loopt, zal de coördinator je voor de vliegtijd begint per brief of mail waarschuwen en een prognose van de telperiode geven. Soms telt een teller alleen driemaal in de vliegtijd van een soort maar wel op een algemene route, dat geeft weer wat extra gegevens over de vlinders die ook in die tijd vliegen.
Om betrouwbare gegevens te verkrijgen, moet een soortgerichte route minimaal drie weken achter elkaar, eens per week gelopen worden. Natuurlijk mag de route ook meerdere keren per dag of week gelopen worden en ook meerdere weken; het is daarbij echter wel belangrijk dat iedere tocht als een apart bezoek wordt genoteerd met een eigen begin- en eindtijd.