Eerste telling van het jaar

Bij de eerste telling van het jaar is het belangrijk om eventuele veranderingen in het landschap te noteren en deze door te geven. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat er bomen gekapt of geplant zijn, er ineens niet meer gemaaid wordt of de gemeente heeft besloten te stoppen met het spuiten van gif tegen onkruid. Deze veranderingen kan je doorgeven wanneer je je eerste gegevens doorstuurt. 

Wanneer tel je?

De belangrijkste telperiode is de periode van 1 april tot 30 september. Algemene routes worden dan bij voorkeur elke week een keer geteld. Het is hierbij niet belangrijk dat er altijd op dezelfde dag in de week geteld wordt. Je mag altijd meerdere keren per dag of week dezelfde route tellen, deze gegevens zijn ook zeer welkom! Let hierbij wel op dat ze als aparte tellingen worden doorgegeven en je ze niet bij elkar optelt.  

Verder is er ook nog een aantal regels voor het tellen op een algemene route:   

  • Je telt alleen tussen 10:00 en 17:00 (zomertijd); 
  • Bij een temperatuur van 13 tot 17 °C mag er alleen geteld worden als er minder dan 50% bewolking is; wanneer de temperatuur hoger is dan 17 °C kan er ook met een bewolking van boven de 50% geteld worden. Hoe je de bewolking inschat lees je in de handleiding
  • Je telt alleen bij een windkracht van 5 Beaufort of lager. Hoe je de windkracht inschat lees je ook in de handleiding; 
  • Je telt alleen bij droog weer.   

Het kan gebeuren dat er in een hele week geen enkel moment aan deze weersomstandigheden wordt voldaan. Dat is geen probleem, want ook wanneer er een week niets geteld is, zijn de gegevens bruikbaar. 

Bekijk hieronder het filmpje over hoe je vlinders telt op je vlinderroute.

Hoe tel je

Tijdens het tellen loop je in rustig en constant tempo de route. Je noteert alle soorten vlinders die je waarneemt tot een afstand van 2,5 meter opzij, 5 meter voor je en 5 meter boven je.

Wanneer je ziet dat een vlinder je ‘volgt’ tot in de volgende sectie, kan deze gewoon worden genoteerd, dus ook voor de tweede sectie. Vlinders die worden waargenomen buiten deze ‘box’ kan je doorgeven als verspreidingsonderzoek via Telmee of waarneming.nl.  

Witjes

Soms is het moeilijk om alle witjes van elkaar te onderscheiden. Als je er een paar hebt kunnen identificeren, kan je de overige witjes naar rato verdelen. Dit mag alleen bij witjes, zie hiervoor ook de verkorte handleiding

Waarnemingen invoeren

Je kunt de route met je tellingen invullen via onze meetnet app. Waarnemingen buiten de route kunnen doorgegeven worden via Telmee of waarneming.nl.  

Als je de app niet hebt, noteer dan tijdens het tellen:  

  1. De routenaam;
  2. Teldatum;
  3. Begin- en eindtijd;
  4. Temperatuur (van de lucht);
  5. Windkracht op de plek van de route;
  6. Bewolking in achtsten (zie de handleiding);
  7. Per sectie de soorten en aantallen vlinders die je hebt gezien (geen rupsen!); 
  8. Indien van toepassing beheerdersactiviteiten per sectie.  

Soortgerichte route tellen: de verschillen

Tussen het tellen op algemene en soortgerichte routes zijn een paar kleine verschillen. Zo worden soortgerichte routes alleen gelopen tijdens de vliegtijd van de soort, de vliegtijd kun je vinden op de pagina van de soort. Als je de route alleen voor een bepaalde soort loopt, zal de coördinator je voor de vliegtijd begint per brief of mail waarschuwen en een prognose van de telperiode geven. Soms telt een teller alleen driemaal in de vliegtijd van een soort maar wel op een algemene route, dat geeft weer wat extra gegevens over de vlinders die ook in die tijd vliegen.  

Om betrouwbare gegevens te verkrijgen, moet een soortgerichte route minimaal drie weken achter elkaar, eens per week gelopen worden. Natuurlijk mag de route ook meerdere keren per dag of week gelopen worden en ook meerdere weken; het is daarbij echter wel belangrijk dat iedere tocht als een apart bezoek wordt genoteerd met een eigen begin- en eindtijd.  

Extra soorten tellen

Naast het tellen van dagvlinders kan je ook de dagactieve nachtvlinders tellen. Meer informatie hierover vind je in de handleiding en in deze folder. Je kunt de optie hiervoor aanzetten in de app of op de website bij ‘Instellingen’, als je ingelogd bent.  

Het is ook mogelijk om de nectarplanten te tellen. Wanneer je ervoor kiest dit te doen, word je verzocht vier keer in het seizoen tijdens het lopen te kijken welke nectarplanten er in bloei staan. Meer informatie vind je in de uitgebreide handleiding. Ook dit kun je aanzetten via ‘Instellingen’.  

Bij de instellingen kan je verder ook nog aangeven of je hommels op aantal wilt tellen. Op soort tellen is hierbij wat lastiger, daarvoor zal meestal eerst een cursus nodig zijn. Meer informatie daarover vind je hier.