Van 5 tot en met 7 juni is er weer de jaarlijkse libellentuintelling. Als je een vijver in de tuin hebt, met een mooie water- en oevervegetatie en zonder vissen, dan heb je vast en zeker ook libellen. Zelfs in tuinen zonder water kun je libellen tegenkomen. Zij zijn daar op zoek naar insecten om te eten. We zijn benieuwd welke soorten in tuinen zitten en hoeveel. Wie telt er mee?
Met libellen gaat het niet meer zo goed als aan het begin van deze eeuw. In eerste instantie namen libellen zowel in verspreidingsgebied als in aantal individuen nog toe, maar vanaf ongeveer 2009 zien we dat dit is veranderd. De verspreiding is gestabiliseerd, maar het aantal individuen neemt duidelijk af. Hoe het met de stand van de libellen in ons land gaat, weten we door het Meetnet libellen. De Vlinderstichting verzamelt hiermee al sinds 1998 actuele informatie over de veranderingen in de libellenstand. Er zijn in Nederland honderden telroutes uitgezet, die overal op dezelfde manier worden geteld. Dat is minimaal eens in de twee weken, van mei tot en met september. Die routes liggen vrijwel allemaal buiten tuinen, in natuurgebieden en in het agrarisch gebied.

Geen vijver, wel libellen
Hoewel libellen water nodig hebben om zich voort te planten, zijn ze op allerlei plekken te verwachten. Voor het vinden van voedsel gaan ze, soms ver, weg van het water. Sterker nog: als ze nog niet geslachtsrijp zijn, zitten ze juist niet bij het water, omdat ze dan continu worden gestalkt door op seks beluste soortgenoten. Een zonnige tuin met veel bloeiende planten trekt veel insecten aan – en dat is waar libellen op jagen. Als je een mooie vlindertuin hebt, dan zijn er vast ook libellen. En die kan je binnenkort gaan tellen.

Juffers en echte libellen
We onderscheiden twee groepen libellen: de waterjuffers, of ‘juffertjes’, en de ‘echte’ libellen. Die laatste term is wat verwarrend, want ook juffertjes zijn libellen. Ze zien er wel heel anders uit. Juffertjes zijn over het algemeen klein en ze hebben een heel dun achterlijf. De vleugels zijn in rust over het achterlijf gevouwen. De ‘echte’ libellen zijn vaak groter en ze hebben een relatief dik achterlijf. De vleugels staan in rust uit elkaar, aan weerszijden van het achterlijf. Van beide groepen kun je verschillende soorten in je tuin tegenkomen.

Hoe doe je een Libellentelling?
- Kies op vrijdag 5, zaterdag 6 of zondag 7 juni 2026 een zonnig moment, want dan laten de meeste libellen zich zien.
- Wandel door je tuin of ga bij de vijver zitten en noteer gedurende 15 minuten alle libellen die je ziet.
- Tel deze waarnemingen niet bij elkaar op, want dan kan het zijn dat je libellen twee keer telt. Geef dus alleen het hoogste aantal libellen door die je tegelijk hebt gezien. Voorbeeld: je ziet eerst drie watersnuffels tegelijk. Tien minuten later zijn er weer twee watersnuffels. Dan geef je door: drie watersnuffels.
- Geef de telling door via de website van Tuintelling.nl.
Zie je later op de dag of op een van de andere teldagen weer libellen? Dan kan je die doorgeven via een nieuwe telling. Je kunt zo vaak tellen als je wilt, als je maar steeds weer bij nul begint.
Hoe herken ik libellen?
Het kan soms lastig zijn om libellen te herkennen, maar als je weet waarop je moet letten, is het best te doen. Daarvoor hebben we een aantal herkenningskaarten. Zo zijn die er van de blauwe juffertjes (pdf: 0,6 MB), de glazenmakers (pdf: 0,7 MB), de heidelibellen (pdf: 0,5 MB) en er is een artikel over de herkenning van pantserjuffers (pdf: 0,3 MB).
Wil je er echt induiken? Dan kun je op de website van De Vlinderstichting online libellencursussen vinden, zowel een basiscursus voor beginners als libellencursussen voor gevorderden, waarin nog meer soorten libellen worden besproken.
Tekst: Gerdien Bos en Marjelle Molenaar
Beeld: Kars Veling (leadfoto: de platbuik (Libellula depressa), hier een geslachtsrijp mannetje met een prachtige blauwe bestuiving)