Ringspikkelspanner

Hypomecis punctinalis

Vliegtijd & gedrag

Eind april-eind juli in één generatie, mogelijk een kleine partiële tweede generatie. De vlinders kunnen overdag rustend op boomstammen worden aangetroffen. Ze komen goed op licht.

Ringspikkelspanner

Verspreiding in Nederland

Ringspikkelspanner

Trends

De grafiek toont de populatietrend van de soort op basis van tellingen binnen het NEM‑meetnet Nachtvlinders. Wanneer de grafiek leeg is, betekent dit dat de soort in de afgelopen drie jaar op te weinig meetpunten is waargenomen om een betrouwbare trend te kunnen berekenen. Komt de soort bij jou in de buurt voor en wil je tijdens de vliegtijd eens per twee weken met een lichtval tellen en de gegevens invoeren op meetnet.vlinderstichting.nl? Stuur dan een e‑mail naar meetnet@vlinderstichting.nl om je aan te melden als teller.

Levenscyclus

Rups: juli-augustus. De soort overwintert als pop in de grond.

Herkenning

Kenmerken vlinder

Voorvleugellengte: 22-26 mm. De voorvleugel is enigszins langwerpig en iets smaller dan die van soorten die ongeveer even groot zijn en oppervlakkig gezien gelijkenis vertonen; ook zijn de vleugels minder uitgesproken getekend. De algemene indruk is daardoor die van een bleke bruingrijze tot muisgrijze spanner met een grote spanwijdte. Het wortelveld van de voorvleugel is meestal iets donkerder en de vleugelpunt enigszins afgerond. Heeft op de achtervleugel gewoonlijk een kleine donkere ringvormige middenvlek met een lichtere kern. Het vrouwtje is meestal lichter van kleur.

Kenmerken rups

Tot 45 mm; lichaam varieert in kleur van bruin tot groenachtig grijs, vaak met roodachtig bruine tekening; segment vijf gezwollen met een paar wratachtige uitwassen op de rugzijde; kop bruin of groenachtig grijs, iets ingesneden.

Gelijkende soorten vlinder

De Taxusspikkelspanner (Peribatodes rhomboidaria) is kleiner en mist de donkere middenvlek op de achtervleugel; bovendien heeft de taxusspikkelspanner een opvallende bleke vleugelpunt aan de onderzijde van de voorvleugel. Zie ook de geringde spikkelspanner (Cleora cinctaria), de grote spikkelspanner (H. roboraria) en de gewone spikkelspanner (Ectropis crepuscularia).

Foto's

Verspreiding

Zeldzaamheid

Zeer algemeen. Komt verspreid over het land voor. RL: niet bedreigd.

België

Algemeen in het hele land. De soort staat op de Rode Lijst van Vlaanderen als Momenteel niet in Gevaar (Veraghtert et al. 2023).

Mondiaal

Van het Iberisch Schiereiland tot de Oeral, in het noorden trouwens maar tot Zuid-Scandinavië. Oostelijk van de Oeral in meerdere ondersoorten tot Oost-Azië.

Habitat

Vooral bossen en volgroeide struwelen; soms ook parken en tuinen in bosachtige gebieden.

Bosachtige gebieden

Bossen

Parken

Struwelen

Tuinen

Waardplanten

Diverse loofbomen en struiken.

Berk

Bosbes

Eik

Linde

Sleedoorn

Vuilboom

Wilg

Benaming

  • Engelse naam Pale Oak Beauty
  • Duitse naam Aschgrauer Rindenspanner
  • Franse naam la Boarmie apparentée
    la Boarmie pointillée
  • Synoniemen Boarmia punctinalis
    Serraca punctinalis
    Pseudoboarmia punctinalis
    Hypomecis consortaria
    Boarmia consortaria

Meer over de naam

Toelichting Nederlandse naam
De spikkelspanners hebben een grijze tot grijsbruine grondkleur met veel golvende dwarslijnen en veelal besprenkeld met donkerder spikkels.Ring wijst op de ringetjes, in het midden van vooral de achtervleugel. Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam
punctinalis: punctum is een plek, een vlek en -alis is de uitgang die bij pyraliden hoort (zie ook bij R. cervinalis) vanwege de dichte schubbenbezetting van de vleugels. Scopoli beschrijft de banden ook als samengesteld uit puntjes.

Auteursnaam en jaartal
(Scopoli, 1763)

Geef je waarneming door!

Heb je een bijzondere vlinder of libel gespot? Meld het ons! Jouw waarnemingen zijn waardevol voor het behoud van deze insecten. Samen kunnen we hun populaties in kaart brengen en beschermen. Help mee aan het behoud van deze prachtige dieren en draag bij aan de wetenschap van de biodiversiteit.

Waarneming melden