Van waarneming naar trend
Iedere dag geven duizenden vrijwilligers hun vlinderwaarnemingen door. Die gegevens vormen de basis van ons onderzoek naar de toestand van vlinders in Nederland. Maar hoe vertaal je al die losse waarnemingen naar betrouwbare uitspraken over verspreiding en aantallen? Dat vraagt om slimme analysemethoden.
Niet iedere waarneming vertelt hetzelfde verhaal
Waarnemingen worden op verschillende manieren doorgegeven. De ene waarnemer noteert alle soorten die hij ziet, terwijl een ander juist vooral bijzondere soorten invoert. Ook verschillen waarnemers in ervaring en kennis. Bovendien kan iemand de ene dag alles registreren en een andere dag helemaal niets doorgeven. Dat is geen probleem voor het verzamelen van gegevens, maar het maakt het wel lastiger om trends te berekenen. Want als we een soort niet zien, betekent dat dan dat de soort er niet was? Of was er simpelweg niemand die de waarneming doorgaf?
Occupancy modelling : verspreiding berekenen uit losse waarnemingen
Om toch betrouwbare verspreidingstrends te kunnen bepalen, gebruiken we een methode die occupancy modelling wordt genoemd. Met occupancy-modellen kunnen we inschatten of een gebied voldoende is onderzocht om een soort te kunnen vinden. Daardoor kunnen we beter bepalen welke gebieden daadwerkelijk bezet zijn en hoe de verspreiding van een soort verandert door de tijd. Daarnaast wordt er gericht onderzoek gedaan naar vlindersoorten die voorkomen in kwetsbare of ontoegankelijke gebieden. Zo kunnen we het actuele en het potentiële verspreidingsgebied compleet krijgen. Daarnaast voeren we gericht onderzoek uit naar soorten die voorkomen in kwetsbare of moeilijk toegankelijke gebieden. Zo krijgen we een zo compleet mogelijk beeld van zowel het huidige als het potentiële verspreidingsgebied van Nederlandse vlinders.
Vlinders volgen voor betere bescherming
Het volgen van de vlinderstand is een belangrijk thema binnen het werk van De Vlinderstichting, en speciaal binnen het werk van Chris van Swaay. In 2014 promoveerde hij zelfs op dit onderwerp en schreef het boekje ‘Vlinders volgen voor betere bescherming’. Zodat iedereen kennis kan nemen van de resultaten van het vlinderonderzoek en kan helpen om van Nederland weer een echt vlinderland te maken.
Vlinders volgen voor betere beschermingPopulatietrend en verspreidingstrend: wat is het verschil?
Binnen het Landelijk Meetprogramma Vlinders volgen we vooral veranderingen in aantallen. Daarmee berekenen we zogenoemde populatietrends. Hoewel we niet precies weten hoeveel vlinders er op een bepaald moment in Nederland aanwezig zijn, kunnen we wel heel nauwkeurig volgen of het beter of slechter gaat met een soort. Daarnaast berekenen we ook verspreidingstrends: veranderingen in het aantal plekken waar een soort voorkomt. Deze twee trends vertellen elk een ander deel van het verhaal. Bij een achteruitgang zien we meestal eerst een afname van de aantallen. De soort komt dan nog wel op dezelfde locaties voor, maar in kleinere aantallen. Pas wanneer een soort volledig uit een gebied verdwijnt, neemt ook de verspreiding af.
Een voorbeeld: de argusvlinder
Bij de argusvlinder is dat effect duidelijk zichtbaar. De populatietrend liet al direct een sterke achteruitgang zien. De verspreidingstrend reageerde pas vele jaren later, toen de vlinder op steeds meer plekken daadwerkelijk verdween. Dit laat zien dat populatietrends vaak eerder waarschuwen voor problemen dan verspreidingstrends.


Voor het signaleren van achteruitgang zijn verspreidingstrends minder gevoelig dan populatietrends. Voor natuurbescherming is dat belangrijk: als je alleen naar verspreiding kijkt, ontdek je soms pas dat een soort in de problemen zit wanneer deze al uit gebieden verdwenen is. Bij uitbreidingen werkt het juist andersom. Wanneer een soort nieuwe gebieden koloniseert, wordt dat vaak snel zichtbaar in de verspreidingstrend.
Een goed voorbeeld is de heivlinder. Als vanuit een grote populatie een klein aangrenzend heideveld wordt gekoloniseerd, voegt dat misschien maar weinig vlinders toe aan het totaal aantal dieren in Nederland. In de populatietrend is dat effect nauwelijks zichtbaar. In de verspreidingstrend kan zo’n nieuwe vestiging echter direct leiden tot een extra bezet kilometerhok en dus wel zichtbaar worden.
Het complete beeld
Populatietrends en verspreidingstrends vullen elkaar aan. De populatietrend laat zien hoe aantallen veranderen, terwijl de verspreidingstrend inzicht geeft in veranderingen in het leefgebied van een soort. Door beide ontwikkelingen naast elkaar te volgen, krijgen we een veel completer beeld van de toestand van de Nederlandse vlinderfauna.
Data Request policy
Dutch Monitoring data on butterflies, moths and dragonflies is principally available for research and conservation. All requests for access to Data or Derived Data will require a signed license agreement.
- The requestor (e.g. leading author or author team of the scientific paper or any other output) is responsible for involving representatives of Dutch Butterfly Conservation (De Vlinderstichting) and Statistics Netherland (CBS) in the use of their data in a scientific paper or other output. This should include regular updates on progress of analyses. Involving these representatives at a late stage of paper submission is to be avoided.
- Representatives of Dutch Butterfly Conservation will be able to agree or not to the request. Where agreement is given, and data supplied, they will be offered co-authorship. The detailed process for involvement will be documented as part of agreeing the data license, including planned authorship requirements.
- Co-authors will be informed of the submission and revision process by the leading author, so that they can also comment on revised versions of the manuscript and remain fully informed of progress.
- Leading authors or author teams have a duty to report the realized use of the data in publications to Dutch Butterfly Conservation.
- Leading authors or author teams have a duty to acknowledge the monitoring networks (Dutch Butterfly/Moth/Dragonfly Monitoring Scheme) as well as Statistics Netherlands (CBS) and the Network Ecological Monitoring (NEM) in all publicity, publications and articles concerned with the use of data supplied.
