Kan een bepaalde vlindersoort meer wetenschappelijke aandacht en zelfs een betere bescherming krijgen, simpelweg omdat deze als mooier wordt beschouwd dan een andere? Een nieuw onderzoek toont aan dat dit inderdaad het geval is.
Meer aandacht
Europese vlinders die als ‘mooier’ worden beschouwd, hebben in het verleden meer aandacht gekregen van het publiek en de wetenschappelijke gemeenschap en zijn zelfs vaker opgenomen in de Europese natuurbeschermingswetgeving.
Bij het onderzoek ‘Beauty Bias in Butterfly Conservation and Research’, gepubliceerd in Current Biology, waren meer dan 21.000 deelnemers uit meer dan honderd landen betrokken.
Lees het artikel
De deelnemers werd gevraagd van honderden Europese vlindersoorten te beoordelen hoe mooi ze deze vonden. Deze beoordelingen werden vervolgens gecombineerd met gegevens over wetenschappelijk onderzoek, gemeten aan de hand van het aantal publicaties dat de afgelopen decennia aan elke soort is gewijd, en aan de publieke aandacht, bijvoorbeeld gemeten aan de hand van het aantal afbeeldingen dat is geüpload naar iNaturalist en Flickr.

Er is niets mis mee om de ene soort mooier te vinden dan de andere.
Waarschuwingssignaal
“De centrale boodschap van het onderzoek is niet dat we de schoonheid van de natuur moeten negeren – zeker niet wanneer die natuur in gevaar is. Er is niets mis mee om de ene soort mooier te vinden dan de andere of om esthetisch plezier te beleven aan de natuur”, merkt Mariagrazia Portera op.
“We moeten alleen wel nadenken over de impliciete vooroordelen die het Europese natuurbeschermingsbeleid tot nu toe hebben gevormd en over de onderliggende ideeën over ‘natuur’ en ‘natuurbescherming’ die ons denken beïnvloeden. Deze studie vormt een belangrijke stap in die richting en dient als een waarschuwingssignaal.
Ook werd gekeken naar de Europese natuurbeschermingswetgeving en de beschermingsstatus van soorten, zoals beoordeeld door de Internationale Unie voor het behoud van de natuur (IUCN). De resultaten tonen aan dat hoe mooi een vlinder wordt gevonden systematisch samenhangt met de hoeveelheid wetenschappelijk onderzoek die eraan wordt besteed, de mate van publieke belangstelling die de soort wekt, en de opname ervan in belangrijke Europese natuurbeschermingsinstrumenten, zoals het Verdrag van Bern uit 1979 en de Habitatrichtlijn uit 1992.
Veel van de soorten die momenteel het grootste risico lopen, zijn onopvallende vlinders die in het verleden minder aandacht hebben gekregen”, legt Leonardo Dapporto uit. “Dit wordt duidelijk bij bestudering van de Europese Rode Lijsten van de IUCN, die het uitstervingsrisico kwantificeren aan de hand van gestandaardiseerde wetenschappelijke criteria. Bedreigde soorten zijn zeker niet per se de mooiste.
Meer financiering
Dit patroon duidt op een esthetische vooringenomenheid die zich in de loop der tijd heeft opgestapeld en versterkt. Visueel opvallende en ‘aantrekkelijke’ soorten werden eerder beschermd, en deze aanvankelijke bescherming droeg vervolgens bij aan het aantrekken van verder onderzoek, meer financiering via programma’s zoals de LIFE-projecten van de Europese Unie en gerichte natuurbeschermingsmaatregelen. Hierdoor werd hun oorspronkelijke voordeel steeds verder versterkt.
