CITROENVLINDER
Familie: witjes (PIERIDAE)
Wanneer te zien: Eind juni-begin oktober en na de overwintering van begin februari-begin juni in één lange generatie.
Waar te zien: Vooral zonnige plaatsen in open bos en langs bosranden, struwelen op braakliggende percelen en houtwallen in landbouwgebieden; ook parken en tuinen.
DAGPAUWOOG
Familie: aurelia’s (NYMPHALIDAE)
Wanneer te zien: Eind juni-oktober en na de overwintering van begin maart-eind mei in één generatie. De vlinders voeden zich met nectar van verschillende soorten planten. In het voorjaar houdt het mannetje een territorium bezet.
Waar te zien: Ruige graslanden, bloemrijke randen van bos- en heidegebieden, struwelen, dijken, parken en tuinen.
GEHAKKELDE AURELIA
Familie: aurelia’s (NYMPHALIDAE)
Wanneer te zien: Maart-oktober in twee elkaar overlappende generaties. De vlinders voeden zich met nectar van verschillende planten en drinken ook van plassen of mest; in het najaar zijn ze geregeld aan te treffen op rottend fruit.
Waar te zien: Bosranden, open plekken in het bos, parken en tuinen.
KLEINE VOS
Familie: aurelia’s (NYMPHALIDAE)
Wanneer te zien: Twee, soms drie overlappende generaties van eind mei tot in november, na overwintering van de eerste mooie dag in februari of maart tot in mei.
Waar te zien: Allerlei plaatsen waar voldoende nectar te vinden is, zoals tuinen, parken, bosranden, ruigten, dijken en bermen. In het voorjaar zijn de vlinders relatief vaak bij wilgenbossen te vinden, in de nazomer, wanneer de struikhei bloeit, zijn ze zelfs in droge heidegebieden te zien.
GROTE VOORJAARSSPANNER
Familie: spanners (GEOMETRIDAE)
Wanneer te zien: Begin februari-eind april in één generatie. De mannetjes komen soms in grote aantallen op licht, vooral wanneer de hele nacht lang met lichtvallen in het bos wordt gevangen; soms ook op stroop. De mannetjes kunnen ook in de middag al vliegend waargenomen. De vrouwtjes kunnen worden gevonden door ´s morgens boomstammen af te zoeken.
Waar te zien: Vooral loofbossen; ook struwelen, heiden, ruige graslanden en tuinen.
GROTE WINTERVLINDER
Familie: spanners (GEOMETRIDAE)
Wanneer te zien: Begin oktober-eind december in één generatie; vroege waarnemingen vanaf eind augustus kunnen sporadisch voorkomen. De mannetjes worden bij het invallen van de duisternis soms vliegend waargenomen, vaak meerdere exemplaren bij elkaar; ze vliegen daarbij ongeveer twee meter boven de grond tussen steeds dezelfde bomen heen en weer. Vanaf vroeg in de avond tot ruim na middernacht komen de mannetjes op licht, soms in grote aantallen. De vrouwtjes kunnen worden gevonden door in het donker boomstammen af te zoeken.
Waar te zien: Bossen, struwelen, heiden en ruige graslanden; soms ook tuinen.
KLEINE VOORJAARSSPANNER
Familie: spanners (GEOMETRIDAE)
Wanneer te zien: Begin januari-half april in één generatie. Soms verschijnen de eerste vlinders iets later, dit is afhankelijk van de reeks milde nachten in januari. De mannetjes rusten overdag soms op boomstammen, maar zitten meestal verscholen achter de schors of in bastspleten; ze laten zich gemakkelijk opjagen en gaan dan enkele meters verderop weer zitten. De vrouwtjes worden geregeld ´s morgens vroeg onder aan boomstammen gevonden. De mannetjes beginnen vrij snel na het donker worden te vliegen en komen soms in grote aantallen op licht.
Waar te zien: Oude volgroeide eikenbossen en struwelen met oude eiken; ook parken, boomgaarden en tuinen.
KLEINE WINTERVLINDER
Familie: spanners (GEOMETRIDAE)
Wanneer te zien: Begin oktober-half december in één generatie. Het begin en het eind van de vliegtijd hangen af van de weersomstandigheden; tijdens zachte winters vliegen de vlinders soms tot half januari. De vlinders komen goed op licht en zijn vaak op verlichte vensters aan te treffen. Wanneer men in de late herfst of het begin van de winter in het licht van autolampen nachtvlinders ziet dwarrelen, gaat het, vooral in de buurt van bossen en struwelen, vrijwel zeker om de mannetjes van deze spanner. Zowel de mannetjes als de vrouwtjes kunnen in het donker rustend of omhoog kruipend op boomstammen worden waargenomen.
Waar te zien: Allerlei gebieden met voldoende bomen of struiken, ook in stedelijke omgeving.
PERENTAK
Familie: spanners (GEOMETRIDAE)
Wanneer te zien: Begin januari-eind april in één generatie; wordt soms eind november al waargenomen. De vrouwtjes worden geregeld vlak na zonsopkomst onder aan boomstammen gevonden, soms ook iets later. De mannetjes komen goed op licht, vaak in grote aantallen.
Waar te zien: Vooral loofbossen en struwelen; ook stadsparken.
VOORJAARSBOOMSPANNER
Familie: spanners (GEOMETRIDAE)
Wanneer te zien: Begin februari-half april in één generatie. De mannetjes vliegen na het donker worden en komen goed op licht. De vrouwtjes kunnen ´s nachts lopend op de stam worden waargenomen en vroeg in de morgen rustend tegen de schors.
Waar te zien: Vooral open bossen; ook struwelen, parken en tuinen.