BONT ZANDOOGJE
Familie: aurelia’s (NYMPHALIDAE)
Wanneer te zien: Eind maart-eind oktober (november) in drie overlappende generaties.
Waar te zien: Vooral bosranden en open bossen; ook tuinen en parken in een bosrijke omgeving. De vlinders hebben een voorkeur voor zonnige open plekjes, zoals bospaden, kapvlakten of randen van bossen en struwelen. De hoogste dichtheden worden gevonden langs (bos)randen bij vochtige heidevelden.
GROENTJE
Familie: blauwtjes (LYCAENIDAE)
Wanneer te zien: Eind april-half juli in één generatie.
Waar te zien: Struwelen en bosranden aan de rand van heiden; ook bloemrijke graslanden, venen en moerassen.
ICARUSBLAUWTJE
Familie: blauwtjes (LYCAENIDAE)
Wanneer te zien: Begin mei-begin oktober in twee, soms drie overlappende generaties.
Waar te zien: Allerlei kruidenrijke vegetaties, zoals halfnatuurlijke graslanden, lage pioniersvegetaties, parken, wegbermen en dijken.
LANDKAARTJE
Familie: aurelia’s (NYMPHALIDAE)
Wanneer te zien: Half april-eind juni en begin juli-half september in twee generaties. Kleur en tekening van de twee generaties verschillen aanzienlijk: de voorjaarsvorm is oranje met een zwarte tekening, de zomervorm zwart met een witte tekening.
Waar te zien: Ruigten en graslanden in de buurt van vochtige bossen, heggen en houtwallen, open plekken in het bos en bosranden; ook tuinen en parken. Het leefgebied van de voorjaars- en zomervorm verschilt enigszins. In het voorjaar is de vlinder vooral op halfopen plaatsen nabij het bos te vinden, bijvoorbeeld in de bosrand. ’s Zomers vliegen ze ook op meer schaduwrijke plaatsen, zoals in het bos. De rupsen leven op brandnetels op beschaduwde en zeer vochtige plaatsen, zoals langs beken of in donkere bosranden.
ORANJETIPJE
Familie: witjes (PIERIDAE)
Wanneer te zien: Begin april-eind mei in één generatie.
Waar te zien: Beschutte plaatsen in vochtige hooilanden en zonnige ruigten in bosranden waar de waardplant groeit.
BRUINE SNUITUIL
Familie: spinneruilen (EREBIDAE)
Wanneer te zien: Begin mei-half oktober in twee generaties. De vlinders rusten overdag tussen de waardplant of andere vegetatie en zijn gemakkelijk op te jagen. Ze vliegen vanaf de schemering boven de waardplant en bezoeken bloemen; ze komen zowel op licht als op smeer.
Waar te zien: Bossen, struwelen, heiden, ruige graslanden, rivieroevers, natte weilanden en tuinen.
BOSBESUIL
Familie: uilen (NOCTUIDAE)
Wanneer te zien: Begin september-half november en na de overwintering eind januari-eind mei in één generatie; soms is de vlinder ook actief tijdens milde winterdagen. De vlinders komen op licht, maar vooral op smeer; ze bezoeken wilgenkatjes, bloemen van klimop en overrijpe bramen.
Waar te zien: Loofbossen en struwelen; ook tuinen.
GROTE VOORJAARSSPANNER
Familie: spanners (GEOMETRIDAE)
Wanneer te zien: Begin februari-eind april in één generatie. De mannetjes komen soms in grote aantallen op licht, vooral wanneer de hele nacht lang met lichtvallen in het bos wordt gevangen; soms ook op stroop. De mannetjes kunnen ook in de middag al vliegend worden waargenomen. De vrouwtjes kunnen worden gevonden door ´s morgens boomstammen af te zoeken.
Waar te zien: Vooral loofbossen; ook struwelen, heiden, ruige graslanden en tuinen.
KLEINE VOORJAARSSPANNER
Familie: spanners (GEOMETRIDAE)
Wanneer te zien: Begin januari-half april in één generatie. Soms verschijnen de eerste vlinders iets later, dit is afhankelijk van de reeks milde nachten in januari. De mannetjes rusten overdag soms op boomstammen, maar zitten meestal verscholen achter de schors of in bastspleten; ze laten zich gemakkelijk opjagen en gaan dan enkele meters verderop weer zitten. De vrouwtjes worden geregeld ´s morgens vroeg onderaan boomstammen gevonden. De mannetjes beginnen in de avondschemering te vliegen en komen soms in grote aantallen op licht.
Waar te zien: Oude volgroeide eikenbossen en struwelen met oude eiken; ook parken, boomgaarden en tuinen.
NUNVLINDER
Familie: uilen (NOCTUIDAE)
Wanneer te zien: Begin maart-juni in één generatie. De vlinders zijn vaak pas later op de avond actief, zelfs in koude nachten; ze komen zowel op licht als op smeer en bezoeken wilgenkatjes.
Waar te zien: Er lijkt geen voorkeur te bestaan voor een bepaald biotoop.
PERENTAK
Familie: spanners (GEOMETRIDAE)
Wanneer te zien: Begin januari-eind april in één generatie; wordt soms eind november al waargenomen. De vrouwtjes worden geregeld vlak na zonsopkomst onder aan boomstammen gevonden, soms ook iets later. De mannetjes komen goed op licht, vaak in grote aantallen.
Waar te zien: Vooral loofbossen en struwelen; ook stadsparken.
SINT-JACOBSVLINDER
Familie: spinneruilen (EREBIDAE)
Wanneer te zien: Begin april-half augustus in één generatie. De periode waarin de vlinders uitkomen is vrij lang, zodat vlinders en rupsen tegelijkertijd kunnen voorkomen. De vlinders vliegen overdag en zijn gemakkelijk te verstoren. Ze komen ´s nachts op licht.
Waar te zien: Vooral duinen en heiden; ook andere open plaatsen zoals bosranden, moerasachtige gebieden en tuinen.
VARIABELE VOORJAARSUIL
Familie: uilen (NOCTUIDAE)
Wanneer te zien: Eind februari-begin juni in één generatie. De vlinders komen zowel op licht als op smeer; ze bezoeken bloemen van sleedoorn en wilgenkatjes.
Waar te zien: Vooral loofbossen; ook struwelen en tuinen.
VOORJAARSBOOMSPANNER
Familie: spanners (GEOMETRIDAE)
Wanneer te zien: Begin februari-half april in één generatie. De mannetjes vliegen na het donker worden en komen goed op licht. De vrouwtjes kunnen ´s nachts lopend op de stam worden waargenomen en vroeg in de morgen rustend tegen de schors.
Waar te zien: Vooral open bossen; ook struwelen, parken en tuinen.
ZWARTVLEKWINTERUIL
Familie: uilen (NOCTUIDAE)
Wanneer te zien: Oktober-eind april in één generatie; als de temperatuur voldoende hoog is, blijven de vlinders de hele winter actief. De vlinders komen matig op licht, maar goed op smeer; ze bezoeken bloemen en fruit en worden ook aangetrokken door sap van bloedende bomen. Soms worden vlinders rustend tussen opgestapelde oude dakpannen of houtblokken aangetroffen.
Waar te zien: Loofbossen, bospaden, open plekken in het bos, houtwallen, verwilderde tuinen en boomgaarden; ook stedelijk gebied.