Dagvlinder of nachtvlinder?
Het verschil tussen dag- en nachtvlinders lijkt heel simpel: dagvlinders vliegen overdag en nachtvlinders ’s nachts. Maar dat is niet helemaal waar, want er zijn ook nachtvlinders die overdag vliegen: de dagactieve nachtvlinders.
Klik hieronder om gelijk door te gaan naar:
Nachtvlinders kijken door te smeren
Nachtvlinders kijken met lichttechnieken
Nachtvlinders lokken met feromonen
Dagactieve nachtvlinders
In Nederland leven meer dan 2400 soorten vlinders. Een groot deel daarvan zijn macro-nachtvlinders (ongeveer 865 soorten) of micro-nachtvlinders (ongeveer 1480 soorten). Er leven nu nog 61 soorten dagvlinders in ons land, volgens de Rode Lijst.
Dagactieve nachtvlinders kunnen op dezelfde manier worden gezocht als dagvlinders. Namelijk door rustig te wandelen en bloemen af te zoeken naar foeragerende vlinders en voorzichtig aan de vegetatie te schudden om rustende vlinders op te jagen. De Sint-Jansvlinder is een voorbeeld van een dagactieve nachtvlinder.
Sommige bloemen zijn erg aanlokkelijk voor nachtvlinders, zoals die van kamperfoelie, (sier)tabak, teunisbloem, rode spoorbloem, koninginnenkruid, kruiskruid, vlinderstruik, klimop en struikhei; ook door wilgenkatjes worden veel soorten aangetrokken. De kans om overdag nachtvlinders te vinden is het grootst op warme en windstille dagen. Voor sommige soorten is zonneschijn noodzakelijk, andere soorten zijn actief rond zonsopkomst of vlak voor de schemering.
Rustende vlinders
Veel soorten rusten op een boomstam, een paaltje of een muur. Het loont de moeite om zulke plaatsen af te zoeken, vooral ’s morgens vroeg, voordat de vlinders door de warmte of het directe zonlicht op zoek gaan naar een andere plek. Een andere eenvoudige manier om nachtvlinders te zoeken is het overdag inspecteren van plaatsen waar de hele nacht licht gebrand heeft, zoals trappenhuizen van flats, verlichte etalageruiten, straatlantaarns, telefooncellen, overkappingen van stations en toiletgebouwen op campings.
In de schemering
Op het moment dat het begint te schemeren, worden veel nachtvlinders actief. Struwelen langs rustige wandelpaden zijn op dat moment van de dag geschikte plaatsen om nachtvlinders te zoeken.
De gamma-uil is bijvoorbeeld vaak in de schemering actief.
Hoe soortenrijker de vegetatie, des te meer soorten vlinders er te verwachten zijn. Open bossen en bosranden zijn vaak de meest soortenrijke plaatsen, maar ook bloemrijke graslanden zijn geschikt. In moerassen en heiden zijn de meer specifieke soorten te vinden, die men niet zomaar overal aantreft.
Zaklantaarn
In het donker kan men gewapend met een zaklantaarn op zoek gaan naar nachtvlinders. Door af te gaan op de geur van bloeiende bloemen, zijn vaak veel soorten te vinden die deze bloemen gebruiken om nectar te drinken. Ook op bloedende bomen, rottend fruit, vochtige grond, dode beesten en uitwerpselen zijn vlinders geregeld foeragerend aan te treffen. In het donker zitten ook veel soorten rupsen onbeschut op de waardplant te foerageren; ze zijn dan immers veilig voor vogels. Door enkele rupsen samen met de waardplant waarop ze foerageren mee naar huis te nemen en op te kweken, kan vrij gemakkelijk worden vastgesteld om welke soort het gaat.
‘Smeren’
Nachtvlinders volgen hun neus, en kunnen dus gelokt worden met allerlei geurende substanties. Dat wordt veelal gedaan met stroop. Maar ook rot fruit of wijntouwen zijn goed om nachtvlinders mee te lokken.
Het besmeren van bomen met een stroopmengsel is een van de methoden om nachtvlinders te lokken. Dit is een agaatvlinder (Foto: Edwin de Weerd).
Stropen
Het is ook mogelijk om zelf een voor vlinders aantrekkelijk smeersel te maken. Al eeuwenlang maken nachtvlinderaars allerlei mengsels op basis van (suiker)stroop. Ze smeren met een kwast een veeg van dit mengsel op een boomstam of paaltje in de hoop dat er nachtvlinders op af komen. Deze activiteit staat bekend onder de naam ’stropen’ of ’smeren’.
Ingrediënten
Er zijn vele tientallen strooprecepten in omloop. Bijna iedere nachtvlinderaar heeft zijn eigen favoriete recept. De belangrijkste ingrediënten zijn altijd (fruit)suiker, gist en alcohol. De alcohol verspreidt de geur van gist en de zoetigheid beter. De stroop geeft het mengsel stevigheid. Welk recept het beste is? Hierover verschillen de meningen. Experimenteren is de beste manier om erachter te komen.
Zelf stroop maken
Basisrecept
Maak 2 dagen voordat je nachtvlinders wil kijken het gewenste recept klaar.
- Suikerstroop (1 pot)
- Extra suiker (2 eetlepels)
- Bier, wijn en/of vruchtenlikeur (een flinke scheut of zoveel als nodig is voor de juiste substantie)
Meng de ingrediënten zo door elkaar dat er een goed smeerbaar, plakkerig mengsel ontstaat. Laat het mengsel enkele dagen staan om te laten (na)gisten.

Hoe ga je te werk?
Smeer vanaf een uur voor zonsondergang het mengsel met een oude (afwas)kwast op bomen, muren of paaltjes. Kies ruwe oppervlakken die bij voorkeur niet door licht beschenen worden. Breng de stroop op ooghoogte aan, liefst op meerdere zijden. Wanneer het donker geworden is, kun je de plekken controleren met een zaklamp. Ga elk uur weer kijken of er nieuwe vlinders bij gekomen zijn.
Wanneer kun je stropen?
De meeste soorten vlinders verschijnen vrij snel nadat de ’smeer’ is aangebracht. Smeren werkt het beste in het vroege voorjaar (februari – april) en vanaf de nazomer tot in de herfst (augustus – november). Sommige soorten vlinders komen vrijwel alleen op smeer af en niet of nauwelijks op licht.
Rot fruit
Veel nachtvlinders worden enorm aangetrokken door zoete substanties, zoals sap van bloedende bomen en rottend (gistend) fruit. Maar ook dagvlinders houden van rot fruit.
Wijntouwen
Het werken met wijntouwen is een techniek waarbij een stuk touw van ongeveer een meter lang doordrenkt wordt met een oplossing van rode wijn en witte suiker; het touw wordt daarna in de schemering in een boom of struik gehangen. In plaats van touwen worden soms ook lapjes stof gebruikt, die in smeer gedrenkt zijn en al dan niet aan een draad worden opgehangen. Net als het ’smeren’ is dit een effectieve manier om nachtvlinders te lokken.
Lichttechnieken
Nachtvlinders kun je lokken met een lamp en een laken.
Lamp en laken
Door op een donkere plaats een lamp neer te zetten, worden meestal veel soorten nachtvlinders aangetrokken. De vlinders komen op het licht af, blijven vaak even wild heen en weer vliegen (sommige vlinders hebben de vervelende gewoonte om naar binnen te vliegen in mouwen, broeken of bij hoge uitzondering zelfs in het oor van nachtvlinderaars die dicht bij de lamp staan) en gaan dan in de buurt van de lichtbron zitten. Op een warme zwoele avond kunnen op deze manier honderden vlinders worden gelokt. Om de vlinders goed te kunnen bekijken wordt meestal een wit laken op de grond gelegd of wordt een laken verticaal tegen een stellage gespannen. Tegen deze witte achtergrond gaan de vlinders rustig zitten en zijn ze goed te zien.
Het werken met licht is een eenvoudige manier om nachtvlinders te lokken en te inventariseren. Deze methode is ontleend aan de eigenschap van nachtvlinders om op allerlei lichtbronnen af te vliegen en door het felle licht gedesoriënteerd raken. Waarom ze op licht afkomen is nog steeds niet bekend.
Lichtvallen
Er wordt ook veel gewerkt met lichtvallen, waarbij een lamp is geplaatst boven een soort trechtervormige bak, die losjes gevuld is met bijvoorbeeld lege eierdozen. De vlinders die op het licht afkomen vallen in de bak, zoeken een plekje in een van de eierdozen en kunnen de volgende ochtend rustig bekeken worden door het deksel van de val te openen, al zullen schuwe soorten zoals spanners en enkele soorten microvlinders wel wegvluchten. Zonder de vlinders te hoeven beschadigen of doden kunnen deze daarna weer losgelaten worden.
Aanschaf materiaal
Elektrische lampen met ultraviolette straling zijn het meest effectief om vlinders te lokken. De Vlinderstichting verkoopt LedEmmers, welke, dankzij de powerbank, makkelijk zijn om te gebruiken. Met name op plekken zonder elektriciteit kan je op deze manier makkelijk nachtvlinders vangen en bestuderen. Voor advies en aanschaf van andere lichtvallen, lampen en andere benodigdheden (zoals bijvoorbeeld het eerdergenoemde amyl-acetaat) kun je terecht bij een entomologiespeciaalzaak.
Vangen met feromonen (sekslokstoffen)
Feromoonpreparaten
Van sommige soorten nachtvlinders, met name van de plaagsoorten die (economische) schade kunnen veroorzaken, is de chemische samenstelling van de sekslokstof geanalyseerd en worden deze feromonen in een laboratorium nagemaakt. Meestal bestaan deze feromonen uit een mengsel van meerdere chemische stoffen. In bevroren toestand zijn deze feromonen jarenlang te bewaren. Voor een aantal soorten nachtvlinders zijn feromoonpreparaten in de handel. Om nachtvlinders te lokken met zulke chemische feromonen, kan het beste een val gebruikt worden, net als bij het vangen met licht. Dit geldt ook voor het lokken van mannetjes met een paringsbereid vrouwtje van soorten die niet overdag maar ’s nachts sekslokstoffen uitscheiden. De feromoonval kan namelijk net als een lichtval de hele nacht buiten blijven staan zonder erop te hoeven letten.
Waarnemingen doorgeven
Het doorgeven van waarnemingen is belangrijk voor de bescherming van nachtvlinders, en het belang van de betrouwbaarheid hiervan kan niet genoeg worden onderstreept. Daarom is het documenteren van bijzondere waarnemingen erg belangrijk. Alleen op deze manier kunnen goede verspreidingskaarten worden gemaakt en trends worden berekend. Voor veel soorten is het voldoende om een serie van goede foto’s te nemen uit verschillende hoeken, waardoor de waarneming door anderen kan worden geverifieerd. Voor sommige soorten is het echter nodig een exemplaar te verzamelen om de vermoedelijke determinatie te bevestigen via genitaliënonderzoek; voor deze soorten is een foto meestal onvoldoende.
Ook interessant