BRUIN ZANDOOGJE
Familie: aurelia’s (NYMPHALIDAE)
Wanneer te zien: Begin juni-eind augustus in één generatie. Op zonnige dagen zijn in een bepaald gebied soms honderden vlinders te zien die even boven het gras uithuppen en vervolgens weer snel verdwijnen.
Waar te zien: Vooral ruigere graslanden en ruigten met structuren in het landschap zoals houtwallen, hagen, bermen of slootkanten; ook landbouwgebieden, stedelijk groen en braakliggende terreinen.
DISTELVLINDER
Familie: aurelia’s (NYMPHALIDAE)
Wanneer te zien: Deze trekvlinder kan in Nederland tussen april en oktober worden waargenomen. Vanuit Zuid-Europa trekken de vlinders ieder jaar richting het noorden; ze brengen hier in de zomer een nieuwe generatie voort. In het najaar trekt een gedeelte van de vlinders weer terug naar het zuiden, de rest sterft hier.
Waar te zien: Open gebieden met een mozaïek van kale grond, lage begroeiing en hogere ruigten van bijvoorbeeld akkerdistels. Zulke vegetaties zijn te vinden op dijken, braakliggende terreinen, extensief beweide graslanden en akkerranden. De distelvlinder is een van de weinige vlinders die in staat is in relatief intensief gebruikt landbouwgebied een generatie voort te brengen, mits daar enkele distels groeien.
HOOIBEESTJE
Familie: aurelia’s (NYMPHALIDAE)
Wanneer te zien: Eind april-eind september in twee elkaar overlappende generaties. De vlinders zoeken nectar in ruigten en bloemrijke graslanden op allerlei soorten planten.
Waar te zien: Open, droge tot vrij vochtige en vrij voedselarme graslanden, heiden en pioniersvegetaties met een voorkeur voor mozaïekvormige vegetaties. Nectar wordt door het hooibeestje gevonden in de ruigere en bloemrijkere gedeelten van het genoemde habitat. De hoogste dichtheden hooibeestjes worden gevonden in droge heidegebieden.
KONINGINNENPAGE
Familie: grote pages (PAPILIONIDAE)
Wanneer te zien: Eind april-half juni en begin juli-half september in twee generaties.
Waar te zien: Diverse biotopen, waaronder ruderale terreinen en kruidenrijke graslanden. Naast voldoende waardplanten en een markante plek waar de mannetjes kunnen samenscholen, moeten in het leefgebied voldoende nectarplanten groeien om in de grote nectarbehoefte van de vlinders te voorzien. Deze staan in allerlei ruderale terreintjes, moestuinen, kruidenrijke ruige graslanden, moerasgebieden en akkertjes. Daarnaast vliegt deze soort soms in tuinen bij huizen en ook de rupsen worden daar wel eens gevonden.
LANDKAARTJE
Familie: aurelia’s (NYMPHALIDAE)
Wanneer te zien: Half april-eind juni en begin juli-half september in twee generaties. Kleur en tekening van de twee generaties verschillen aanzienlijk: de voorjaarsvorm is oranje met een zwarte tekening, de zomervorm zwart met een witte tekening.
Waar te zien: Ruigten en graslanden in de buurt van vochtige bossen, heggen en houtwallen, open plekken in het bos en bosranden; ook tuinen en parken. Het leefgebied van de voorjaars- en zomervorm verschilt enigszins. In het voorjaar is de vlinder vooral op halfopen plaatsen nabij het bos te vinden, bijvoorbeeld in de bosrand. ’s Zomers vliegen ze ook op meer schaduwrijke plaatsen, zoals in het bos. De rupsen leven op brandnetels op beschaduwde en zeer vochtige plaatsen, zoals langs beken of in donkere bosranden.
BONTE BESSENVLINDER
Familie: spanners (GEOMETRIDAE)
Wanneer te zien: Half mei-eind augustus in één generatie. De vlinders komen op licht. Ze worden soms rustend waargenomen op bladeren van onder andere braam en houden zich dood als ze worden gevangen of aangeraakt. Zowel de vlinders als de rupsen worden vanwege de opvallende signaalkleuren niet door vogels gegeten.
Waar te zien: Vooral (volks)tuinen; ook heiden, struwelen en bosranden.
GAMMA-UIL
Familie: uilen (NOCTUIDAE)
Wanneer te zien: April-oktober in meerdere generaties; soms ook in de wintermaanden een waarneming. De vlinders vliegen zowel overdag als ´s nachts; ze komen goed op licht en in mindere mate op smeer. Overdag en in de schemering bezoeken ze geregeld bloemen, waarbij ze soms heftig met hun vleugels trillend op een blad of bij een bloem zitten. Hierdoor worden ze wel verward met de kolibrievlinder.
Waar te zien: Deze soort kan overal worden aangetroffen; wordt ook geregeld in tuinen waargenomen.
GRASWORTELVLINDER
Familie: uilen (NOCTUIDAE)
Wanneer te zien: Juni-augustus in één generatie; soms enkele late exemplaren in september-oktober. De vlinders komen goed op licht en op smeer. Ze bezoeken bloemen van onder andere vlinderstruik en blijven daar vaak rusten met horizontaal gehouden trillende vleugels.
Waar te zien: Graslanden, landbouwgronden, struwelen, wegbermen, bossen, heiden en moerassen.
HAGEDOORNVLINDER
Familie: spanners (GEOMETRIDAE)
Wanneer te zien: Half april-eind september in twee, mogelijk drie generaties. De tijd waarop de voorjaarsgeneratie verschijnt is afhankelijk van het stadium waarin de soort heeft overwinterd. Sommige onderzoekers veronderstellen dat de soort een regelmatig patroon heeft van drie generaties in twee jaar. De vlinders worden overdag soms na verstoring op of bij de waardplant waargenomen. Ze worden vaak vliegend gezien vlak voor de schemering en komen goed op licht.
Waar te zien: Tuinen, parken, bossen en struwelen op graslanden of heiden.
HUISMOEDER
Familie: uilen (NOCTUIDAE)
Wanneer te zien: Eind mei-begin oktober in één langgerekte generatie; soms een partiële tweede generatie. Bij hoge temperaturen of extreme droogte gaan de vlinders gedurende een periode van maximaal enkele weken in zomerslaap (aestivatie). De vlinders komen op licht, soms in grote aantallen. Ze komen op smeer en nectarplanten, waarop ze soms uren achtereen zitten te drinken. Overdag kunnen ze gemakkelijk opgejaagd worden uit de strooisellaag of uit lage vegetatie; de vlinders vliegen dan snel op om zich opnieuw te verbergen en tonen bij het opvliegen, net als de andere Noctua-soorten, hun fel gekleurde achtervleugels.
Waar te zien: Er bestaat geen voorkeur voor een bepaald biotoop en deze soort kan dus overal worden aangetroffen; vlinders worden ook vaak binnenshuis waargenomen.
KOLIBRIEVLINDER
Familie: pijlstaarten (SPHINGIDAE)
Wanneer te zien: Februari-november. De meeste waarnemingen worden gedaan in augustus en september. De laatste jaren wordt deze soort ook af en toe waargenomen in het vroege voorjaar en zijn er overwinterende exemplaren waargenomen. De vlinders vliegen overdag, vooral bij zonnig weer maar soms ook bij bewolking of zelfs in lichte regen; ze bezoeken allerlei soorten planten met buisvormige bloemen. Ze worden ook af en toe in de schemering of in het donker waargenomen.
Waar te zien: Vrijwel alle biotopen; ook tuinen.
LIEVELING
Familie: spanners (GEOMETRIDAE)
Wanneer te zien: Begin mei-eind september in twee, meestal drie generaties. De vlinders komen op licht en worden overdag vaak opgejaagd uit lage vegetatie.
Waar te zien: Allerlei vochtige plaatsen met weelderige kruidenrijke vegetaties zoals struwelen langs sloten, brede bospaden, natte weilanden en tuinen.
LIGUSTERPIJLSTAART
Familie: pijlstaarten (SPHINGIDAE)
Wanneer te zien: Half mei-begin september in één generatie. Verse vlinders zijn soms te vinden op verticale oppervlakken, zoals boomstammen, hekken en muren. De vlinders zijn actief in het donker en komen op licht. Ze hebben een lange roltong en bezoeken bloemen.
Waar te zien: Graslanden, struwelen, open bossen, tuinen en moerassen.
SINT-JANSVLINDER
Familie: bloeddrupjes (ZYGAENIDAE)
Wanneer te zien: Eind mei-eind augustus in één generatie. De vlinders bezoeken bloemen van onder andere distels. De mannetjes maken patrouillevluchten, op zoek naar onbevruchte vrouwtjes.
Waar te zien: Bloemrijke graslanden, wegbermen, kalkgraslanden, weilanden, brede bospaden en duinen.
TAXUSSPIKKELSPANNER
Familie: spanners (GEOMETRIDAE)
Wanneer te zien: Eind mei-half september in één generatie; soms een partiële tweede generatie tot half oktober. Zowel mannetjes als vrouwtjes kunnen overdag rustend op boomstammen worden gevonden. De vlinders bezoeken na zonsondergang bloemen van planten zoals akkerdistel en kruiskruid. Ze komen goed en in redelijke aantallen op licht, vooral in dichte bossen.
Waar te zien: Bossen, struwelen, parken en tuinen; ook in stedelijke omgeving.
WITTE TIJGER
Familie: spinneruilen (EREBIDAE)
Wanneer te zien: Begin mei-eind juli in één generatie; soms een partiële tweede generatie in september-oktober. De vlinders komen op licht.
Waar te zien: Bossen, heiden, duinen, struwelen en graslanden; ook parken en tuinen in stedelijke omgeving.
ZWARTBANDSPANNER
Familie: spanners (GEOMETRIDAE)
Wanneer te zien: Begin april-eind september in twee generaties. De vlinders worden overdag soms rustend aangetroffen op muren. Ze vliegen vanaf de schemering en komen op licht.
Waar te zien: (Volks)tuinen en stukjes ruige grond in stedelijke omgeving; ook bossen en duinen.